‘Van fraude verdachte Lagarde’ en ‘controversiële Juncker’

facebooktwittergoogle_pluslinkedinmailby feather

De boutades, oneliners en vooroordelen zijn ondertussen niet meer te tellen wanneer het over Griekenland en de eurocrisis gaat. Onze mainstream media bevinden zich ondertussen allemaal aan de rechterzijde van het centrum. Griekse premier Tsipras en zijn voormalige minister van Financiën zijn meestal kop van jut. Kunnen we ons voorstellen dat onze media met hetzelfde misprijzen berichten over de Europese en financiële elite?

Hier volgt een kleine greep uit wat één dag (woensdag 8 juli 2015) in Vlaanderen aan opiniestukken oplevert.

Jan Segers in Het Laatste Nieuws

“Hoe lang nog voor Griekenland een staat in staat van ontbinding wordt? Alexis Tsipras leek het gisteren geen zorg te wezen, zegedronken als hij is na de massale nee bij het referendum. […] Zijn volk verdient beter.”

“Als de nood morgen te hoog wordt, overweegt Europa zelfs humanitaire hulp te bieden, als was het trotse Griekenland een ontwikkelingsland en was het getroffen door een aardbeving als die in Nepal.”

Griekenland begint inderdaad steeds meer op een ontwikkelingsland te lijken. Dit is niet te wijten aan Syriza, Alexis Tsipras of Yanis Varoufakis. Maar wel aan het keiharde besparingsbeleid dat nu al vijf jaar duurt en helemaal niets positiefs heeft gebracht.

Mensen die vroeger tot de middenklasse behoorden, moeten nu in de vuilnisbak op zoek naar eten. Bejaarden onderhouden drie generaties met een mager pensioentje, het laatste wat hen nog rest. Meer dan de helft van de jongeren zit zonder werk en het ziet er niet naar uit dat dat snel zal veranderen. Patiënten sterven in de wachtzalen van ziekenhuizen omdat er geen gepaste zorg voorhanden is. De Griekse zelfmoordcijfers stegen exponentieel sinds het Europees soberheidsbeleid in voege is.

Griekenland is het eerste Europese land dat in opstand komt tegen het almaar hardere neoliberale beleid van de Europese en internationale instellingen. Geef ze eens ongelijk, als je ziet wat het besparingsbeleid de gemiddelde Griek heeft opgeleverd.

Bart Sturtewagen in De Standaard

“Het is één ding om blufpoker te spelen tegenover schuldeisers als het IMF en een vervaldag voor de terugbetaling van een lening te laten verlopen. Iets anders is het om het onderhandelingsproces eindeloos te rekken op een ogenblik dat de Griekse bevolking en het economisch weefsel steeds harder worden getroffen door de beperkingen op het betalingsverkeer en de gesloten banken.”

De Grieken worden helemaal niet ‘getroffen’ door de gesloten banken. De gemiddelde Griek zal het worst wezen als de banken nog even dicht blijven.

Waar ze wel door getroffen worden zijn de keiharde besparingsmaatregelen opgelegd door de ondemocratische Europese instellingen en het Internationaal Monetair Fonds. Dat Griekenland steeds meer op een ontwikkelingsland begint te lijken, is evenmin het gevolg van één of andere natuurwet. Het is een doelbewuste strategie.

Het Griekse volk heeft deze politiek duidelijk afgewezen in het referendum van afgelopen zondag.

Liesbeth Van Impe in Het Nieuwsblad

“Tsipras en zijn Syriza zijn zes maanden aan de macht en hebben al eerder tekenen gegeven te worstelen met het bestuurlijk leerproces.”

Dit is schuttingtaal voor: “Tsipras en zijn regering zijn een bende incompetente losers.” Het is een subtiele manier om iemands geloofwaardigheid compleet onderuit te halen. Dat Syriza het niet gemakkelijk heeft, mag niet verbazen. De Griekse regering moet opboksen tegen het Europees establishment en de internationale schuldeiser om eindelijk – na vijf jaar zinloos besparingsbeleid – het roer een klein beetje om te gooien. Wat de Grieken eisen is ook helemaal niet extreemlinks of socialistisch, het is een roep voor een beetje ademruimte en de vrijheid om als een soevereine staat zélf het beleid uit te stippelen.

Mag dat vandaag nog in Europa? Indien niet, dan kunnen alle Europese regeringen op de schop en installeren we best een vierkoppige Europese junta met Jeroen Dijsselbloem, Christine Lagarde, Mario Draghi en Jean-Claude Juncker aan het hoofd ervan.

Bart Haeck in De Tijd

“Verschillen van mening is legitiem in politiek. Historisch belangrijke onderhandelingen in het honderd laten lopen, is dat niet. Als iets de schuld is van deze Griekse regering, is het dat.”

Dat De Tijd zich ter rechterzijde van het centrum bevindt, is geen verrassing. De krant is zowat de woordvoerder van de elite en staat als een blok achter de politiek van de Trojka (Europese Commissie, ECB en IMF). Het is logisch dat de opiniemakers de schuld voor het rekken van de onderhandelingen bij de Grieken legt. Het feit dat de Griekse regering democratisch verkozen is – en na het referendum een nog sterker mandaat heeft – speelt weinig rol. De Trojka daarentegen is dat niet.

Beslissingen binnen het IMF worden genomen in Washington, dat 17 procent van het ‘gewicht’ in de schaal legt. Genoeg om alle beslissingen te controleren, want hiervoor is 85 procent van de stemmen nodig.

Bart Haeck zou er goed aan doen eens te kijken naar de geschiedenis van het IMF en wat het allemaal heeft aangericht in de wereld, in het kader van de zogenaamde Washington-consensus. Vooral Latijns-Amerika is een interessante testcase, van Bolivia over Chili en Argentinië. Latijns-Amerika weekt zich vandaag eindelijk los van het juk van het IMF en diens tweelingbroer, de Wereldbank. De resultaten zijn opvallend: het continent zet enorme stappen voorwaarts in de strijd tegen ongelijkheid, tegen armoede en honger, en boekt tegelijkertijd een sterke economische groei.

De Europese Centrale Bank staat vandaag onder leiding van de Italiaan Mario Draghi. Hij was ten tijde van de toetreding van Griekenland tot de eurozone internationaal directeur van zakenbank Goldman Sachs. Deze bank was schuldig aan het opsmukken van de Griekse staatsfinanciën om toch maar tot de euro te kunnen toetreden. De muntunie moest namelijk zo groot mogelijk zijn, voor maximaal financieel gewin van de elite. Toenmalig minister van Financiën Didider Reynders was, net als allicht zijn collega-ministers, hiervan op de hoogte. Nobody cared!

Waarom zouden deze instellingen het recht hebben om te beslissen over het lot van een Europees volk? Het argument van ‘wie schulden maakt, moet die ook betalen’ gaat niet op, want 90 procent van de Griekse ‘steun’ heeft onmiddellijk rechtsomkeer gemaakt richting Duitse en Franse banken. En vorige regeringen hebben miljarden uitgegeven aan Duits en Amerikaans militair materieel. Zolang de kas van de machtige economieën gespijsd wordt, is het aangaan van schulden blijkbaar geen al te groot probleem.

Bart Eeckhout in De Morgen

“Niet dat Tsipras nog applaus verdient voor zijn stunts.”

Tsipras is een stuntman, volgens de linkerzijde van onze mainstream pers. Welke ‘stunt’ heeft hij precies uitgehaald, afgezien van het verslaan van de politieke dinosaurussen in zijn land? Hij heeft het lef gehad om zijn bevolking te raadplegen bij het nemen van belangrijke beslissingen. Het is bijna een unicum in Europa. In Nederland en Frankrijk hebben ze ook wat ervaring met referenda, zoals in 2005 over de Europese grondwet. Zowel de Nederlanders als de Fransen waren ronduit tegen en stemden ‘neen’. De regeringen zaten met een groot probleem. Enkele jaren later werd dan maar het Verdrag van Lissabon ingevoerd, zo goed als een kopie van de afgeschoten grondwet. Deze keer zonder referendum!

Als staats- en regeringsleiders hun bevolking minachten, is het vanzelfsprekend ongehoord om diezelfde bevolking te consulteren bij belangrijke beslissingen. Tsipras heeft dit wel gedaan, en hij respecteert de wil van de Grieken. Volgens Bart Eeckhout verdient hij daarvoor geen applaus.

De rol van de media

Waarom wordt de verantwoordelijkheid voor de falende onderhandelingen steeds bij de Griekse regering gelegd? Een meerderheid van economisten – waaronder Nobelprijswinnaars Krugman en Stiglitz – is snoeihard voor de Trojka-recepten. Het besparingsbeleid is economische nonsens. Maar toch weten de eurogroep-ministers het allemaal beter. En de opiniemakers in de kranten volgen slaafs wat het establishment erover te zeggen heeft.

Stiglitz nytimes.com
Nobelprijswinnaars Paul Krugman en Josegp Stiglitz zijn het erover eens dat ‘austerity’ economisch zinloos is. (foto’s guardian.co.uk en nytimes.com)

Iemand als Yanis Varoufakis, de Griekse ex-minister van Financiën die op economisch vlak meer voorstelt dan alle andere euroministers samen, wordt “controversieel” genoemd. Hij “heeft zichzelf onmogelijk gemaakt aan de onderhandelingstafel.” Het is “geen volwassen gesprekspartner”. Het is een “gokker”. Alexis Tsipras heeft het verkorven met zijn “stunts”, hij is “zegedronken”, hij is “te onervaren”. Enzovoort enzoverder.

Kunnen we ons voorstellen dat onze media de hoofdrolspelers aan de overzijde als volgt zouden omschrijven: “de van fraude verdachte en in een rechtszaak verwikkelde IMF-topvrouw Christine Lagarde”; “de separatistische minister van Financiën Johan Van Overtveldt, die nog in de leer ging bij de neoliberale Chicago Boys”; “de controversiële Jean-Claude Juncker, die als premier van Luxemburg miljarden euro’s cadeau gaf aan multinationals”; “Mario Draghi, de lobbyist voor de financiële sector die nu het monetair beleid van de eurozone uitstippelt en directeur was bij Goldman Sachs toen die bank de boekhouding van de Griekse overheid opsmukte”?

Christine Lagarde, directeur van het IMF, zit zelf in een rechtszaak verwikkeld. Ze betaalt 0 euro belastingen op haar loon van ongeveer 400.000 euro per jaar. (foto nymag.com)

Christine Lagarde, directeur van het IMF, zit zelf in een rechtszaak verwikkeld. Ze betaalt 0 euro belastingen op haar loon van ongeveer 400.000 euro per jaar. (foto nymag.com)

De kans is klein dat er op deze manier bericht wordt over de financiële en internationale elite.

De hoofdrol van de media hoort erin te bestaan de uitvoerende, wetgevende en rechterlijke macht te challengen. Vandaag hebben zij deze rol volledig opgeborgen. In ruil voor sappige citaten en toegang tot de belangrijke beslissingsorganen staan de media – de ene journalist al wat meer dan de andere, enkele uitzonderingen daargelaten – te trappelen om woordvoerder te zijn van de macht.

In plaats van deze uitdagende, controlerende rol van de media, krijgen onze minister van Financiën Van Overtveldt, Eurogroep-voorzitter Dijsselbloem, Christine Lagarde van het IMF of Commissievoorzitter Juncker volop het woord. Hun wordt geloofwaardigheid toegedicht. Zij bevinden zich in het centrum van de Europese macht en mogen onbeperkt hun mening ventileren.

facebooktwittergoogle_pluslinkedinmailby feather

En als we nu eens luisteren naar de terroristen?

facebooktwittergoogle_pluslinkedinmailby feather

Het is misschien een vreemd idee, luisteren naar wat terroristen en extremisten te vertellen hebben. Maar waarom proberen we het niet eens? Oorlog en bommen gaan de problemen in het Midden-Oosten niet oplossen. Daarom moeten we radicaal anders durven denken.

Het waren weer hoogdagen voor het terrorisme, met aanslagen in Frankrijk, Koeweit en vooral in Tunesië, waar 38 toeristen doodgeschoten werden. Telkens rijst de vraag wat we hieraan kunnen doen. Nog meer militaire interventies? Meer aandacht voor deradicalisering? Strengere veiligheidsmaatregelen? Bart De Wever was er na de aanslagen in ieder geval snel bij om via Twitter een streng veiligheidsbeleid te verdedigen. Law and order! Hetzelfde geldt voor de Britse premier David Cameron, die een “alomvattende aanpak” heeft beloofd tegen het terrorisme, dat zijn landgenoten “in binnen- en buitenland bedreigt.” Maar mogen we ondertussen niet vaststellen dat het huidige beleid niet werkt? Dat we iets anders moeten proberen?

Enkele weken geleden zaten delegaties van 24 landen samen in Parijs om de strategie tegen Islamitische Staat te bespreken. De delegaties hebben begrepen dat het “louter militair niet zal lukken.” Ze willen ook de propagandaoorlog winnen door “de jihadisten ideologisch aan te pakken” en de “financiële stromen van IS droogleggen.”

Op zich klinken die ideeën niet slecht, maar erg origineel zijn ze niet.

(On)veiligheid

Ik herinner me een gesprek met de voormalige woordvoerder van Sharia4UK Anjem Choudary, op Terzake. Het gesprek tussen deze fundamentalist en journaliste Annelies Beck deed heel wat stof opwaaien. ‘Waarom krijgt een terrorist een forum op de VRT?’ Dat was de algemene teneur. Maar door het omgevingsgeluid en de vele luidruchtige roepers horen we soms de boodschap niet meer.

Laten we er voor het gemak vanuit gaan dat veiligheid in binnen- en buitenland de primaire doelstelling is van onze leiders. Een einde maken aan de terroristische dreiging zou de eerste bekommernis moeten zijn van onze beleidsmensen. Helaas wijst alles erop dat ze het probleem enkel erger willen maken.

Anjem Choudary (photo hln.be)

Als we even luisteren naar wat Choudary te zeggen heeft – hoe moeilijk dat voor sommigen ook mag zijn – dan komen we misschien wel tot een oplossing.

Kort samengevat komt het hierop neer:

  • er moet een duurzame oplossing komen voor het conflict tussen Israël en de Palestijnen.
  • er moet een einde komen aan de steun voor dictators wereldwijd.
  • Westerse legers moeten worden teruggetrokken uit moslimlanden.

Deze punten lijken me redelijk.

Palestina

Een oplossing voor het Israëlisch-Palestijns conflict, de zwerende wonde die maar niet wil helen, is na bijna zeventig jaar hoognodig. De Palestijnen werden het slachtoffer van etnische zuiveringen, ze verloren hun land, worden vandaag in Israël als tweederangsburgers beschouwd en de vluchtelingen van 1948 mogen nog steeds niet naar hun huizen terugkeren. De behandeling van de Palestijnen wordt keer op keer aangehaald als voedingsbodem voor terrorisme. Wordt het dan niet eens tijd om na zeventig jaar eindelijk het internationaal recht te respecteren en er iets aan te doen?

Helaas heeft enkel de internationale gemeenschap, de Verenigde Staten op kop, hiervoor de sleutel in handen. Zonder internationale druk zal er aan de situatie voor de Palestijnen niets veranderen.

Dictaturen

Tussen woorden en daden van politici zit vaak een groot verschil. Zo hebben Westerse leiders van het slag George Bush, Tony Blair, David Cameron of Barack Obama graag de mond vol over democratie en vrijheid. In de praktijk zien we echter dat hun acties deze democratie en vrijheid net wereldwijd dwarsbomen.

Het lijstje van door het Westen gesteunde dictators, nu en in het verleden, is lang. Saddam in Irak. Moebarak en generaal al-Sisi in Egypte. Suharto in Indonesië. Pinochet in Chili. De onthoofdingskampioenen in het Saoedische koningshuis. En zo kunnen we nog wel even doorgaan.

Als het Westen de claims voor vrijheid en democratie serieus neemt, dan moet de steun voor dictators in de wereld stoppen. Omwille van economische belangen (wapens, olie,…) en geopolitiek worden ze vandaag als vrienden van het Westen beschouwd. Dit blokkeert de democratische ontwikkeling in tientallen landen. Mensen in het Midden-Oosten willen ook graag in vrijheid leven. Het feit dat Westerse steun voor dictators die vrijheid in de weg staat, leidt logischerwijs tot ongenoegen en vormt een voedingsbodem voor terrorisme.

Legers

Wat hebben Amerikaanse, Britse of andere NAVO-legers te zoeken in het Midden-Oosten? Het antwoord is eenvoudig: niks. Zij zijn er enkel om de economische en geopolitieke belangen van de machtige landen te verdedigen. In het mainstream propagandaverhaal zijn die legers ter plaatse om vrede te handhaven en om humanitaire missies uit te voeren. Helaas is de werkelijkheid anders. Het miljoen dode Irakezen sinds de invasie van 2003 zijn hiervan het trieste bewijs.

De buitenlandse interventiemachten van de Westerse legers moeten allemaal worden teruggeroepen, in het bijzonder in het Midden-Oosten. Amerikaanse troepen zijn vandaag nog gelegerd in Saoedi-Arabië, de grond die meer dan een miljard moslims heilig achten. Het wordt keer op keer aangehaald als voedingsbodem voor ongenoegen en radicalisering.

Amedy Coulibaly, de dader van de aanval op de joodse supermarkt in Parijs op hetzelfde moment als de moorden bij Charlie Hebdo, spreekt in een interview ook over Westerse interventies als voedingsbodem voor zijn radicalisering en oorzaak voor zijn daden. Het hoeft niet te verbazen dat decennia van oorlog, met ontelbare dode onschuldige mannen, vrouwen en kinderen, mensen tot wraak brengen.

Verklaring of goedkeuring?

Laat het duidelijk zijn: ik ben geen liefhebber van Choudary of Coulibaly of van de normen en waarden die ze aanhangen. Ik verkies te leven in een seculiere samenleving, waar iedereen in vrede samenleeft, waarin rechtvaardigheid ervoor zorgt dat elkeen een menswaardig leven kan leiden en waarin mensen respect hebben voor ieders mening.

Ik zie me helaas genoodzaakt hier de nadruk op te leggen, want sommige mensen lijken het moeilijk te hebben met het onderscheid tussen enerzijds gedrag verklaren en anderzijds gedrag goedkeuren. Glenn Greenwald, die al vijftien jaar schrijft over terrorisme, krijgt hier geregeld mee te maken, zoals toen hij schreef over een schietpartij in Quebec, Canada.

“Then there’s also the extremely predictable accusation that I was justifying the attack on the soldiers. I know from prior experience in discussing these questions that no matter how clear you make it that you are writing about causation and not justification, many will still distort what you write to claim you’ve justified the attack. That’s true even if one makes as clear as the English language permits that you’re not writing about justification: “The issue here is not justification (very few people would view attacks on soldiers in a shopping mall parking lot to be justified). The issue is causation.” If there’s a way to make that any clearer, please let me know.”

Journalist Glenn Greenwald (photo huffingtonpost / AP Photo/Silvia Izquierdo)

Poging

Hoe dan ook, nog vóór de oorlog in Irak in 2003 begon, voorspelden mensen als Noam Chomsky al dat die enkel het terrorisme in de wereld zou doen toenemen. Hun voorspelling werd waarheid. Er is geen enkele reden om aan te nemen dat de laatste acties tegen ISIS in Irak en Syrië, en recenter van Saoedi-Arabië in Jemen, het probleem gaan verhelpen. De aanslag van 7 januari tegen de redactie van Charlie Hebdo en de aanslagen van afgelopen week in Tunesië en elders tonen dit aan.

Volgens de Verenigde Staten werden er sinds de zomer van 2014 ruim 3.600 luchtaanvallen uitgevoerd in Irak en Syrië. Het is duidelijk dat het geen bal oplevert, enkel meer dreiging, meer ellende en meer aantrek van het fundamentalistische gedachtegoed bij jongeren. Ondertussen worden steeds meer onschuldige burgers – ook in het Westen – hiervan het slachtoffer, of het nu pendelaars zijn op de trein in Madrid, journalisten in Parijs, sjiieten in Koeweit of toeristen in Tunesië.

Sommigen zullen zeggen dat het nergens op slaat om ‘toe te geven’ aan terroristen. We kunnen de vraag stellen of het dan wel steek houdt om te volharden in methodes die hun zinloosheid keer op keer bewezen hebben.

Waarom doen we niet eens een poging? In plaats van nog meer oorlog, meer straaljagers, meer deelnemers aan de ‘internationale coalitie’, met of zonder grondtroepen,…

Terrorisme is geen strak afgelijnde tegenstander die met veel militaire overmacht op zijn knieën kan worden gedwongen. Het is wel een symptoom, waarvan we de voedingsbodem moeten weghalen. Het is de vrucht van militaire escalatie. Hoe veel verder willen we hierin gaan? Misschien kunnen we het eens over een radicaal andere boeg gooien?

facebooktwittergoogle_pluslinkedinmailby feather

Mainstream media en onze ‘goedaardige, democratische’ leiders

facebooktwittergoogle_pluslinkedinmailby feather

Mensenrechtenschendingen zijn dat enkel wanneer ‘zij’ die begaan. Terrorisme wordt enkel herkend wanneer ‘de andere’ het pleegt. En de Westerse slaapwandelaars blijven geloven in de intrinsieke goedheid van hun eigen overheden.

Op 29 december stelde Paul Brill, buitenlandcolumnist van de Nederlandse Volkskrant, in De Morgen dat 2014 het jaar “van de sterke man” was.

Het is een vaste waarde in de mainstream media dat ‘onze’ leiders vriendelijker bejegend worden dan ‘die andere’, van het slag Poetin, Kim, Xi, maar ook Morales, Chavez of Castro. Journalisten, die zelf verstrengeld zijn in de machtsconcentraties à la Wetstraat (waar een voornamencultuur heerst), verworden meer en meer tot onofficiële woordvoerders van hun zittende regeringen of bevriende nationale leiders.

Paul Brill doet er een schepje bovenop.

“Nu hij [Poetin] de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un heeft uitgenodigd om volgend jaar de viering van de overwinning op nazi-Duitsland te komen bijwonen, is er geen twijfel mogelijk: hij deugt echt niet.”

De heer Brill heeft de balans opgemaakt. Poetin deugt niet omdat hij Kim Jong-un uitnodigt voor een herdenkingsplechtigheid. Het gaat hier immers om een door het Westen officieel als vijand bestempeld staatshoofd. Poetin begaat hiermee de ultieme blunder: vriendelijke betrekkingen onderhouden met een dictator.

Geschiedenis

Als we de recente en minder recente geschiedenis erop na slaan, komen we tot de vaststelling dat Poetin niet de enige is die er minder ‘aanvaardbare’ vrienden op nahoudt.

In 2014 vloog Barack Obama naar Saoedi-Arabië om de wankele relaties met het oliekoninkrijk nieuw leven in te blazen. Deze Midden-Oosterse staat is één van de meest fundamentalistische landen ter wereld en volgens Human Rights Watch werden er in augustus 2014 nog negentien mensen onthoofd. Standaard praktijk in dat land.

Barack Obama en koning Abdullah van Saoedi-Arabië, de bakermat van de fundamentalistische Islam, waar in augustus 2014 nog 19 mensen werden onthoofd (foto foreignpolicynews.org)

Barack Obama en koning Abdullah van Saoedi-Arabië, de bakermat van de fundamentalistische Islam, waar in augustus 2014 nog 19 mensen werden onthoofd

In 2009 zei toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton dat ze de familie Moebarak ziet als “echte vrienden van mijn familie.” Hosni Moebarak is de man die Egypte dertig jaar lang met ijzeren hand, en met miljarden dollars militaire en economische steun van de Verenigde Staten, bestuurde, tot hij in 2011 ten val kwam tijdens de volksopstand in dat land.

De nieuwe VS-minister van Buitenlandse Zaken John Kerry was één van de eerste Westerse hoogwaardigheidsbekleders die een bezoek bracht aan generaal Al-Sisi. Hij sprak er zijn steun uit voor de man die na een militaire staatsgreep aan de macht kwam in het meest bevolkte Arabische land en zei dat de militaire steun (honderden miljoenen dollars per jaar) zou doorgaan. Kerry ging in 2014 ook langs bij koning Abdullah van Saoedi-Arabië, de bakermat van de fundamentalistische islam en het jihadisme.

Ook West-Europese leiders spelen het spel gretig mee.

In 2007 ging de Libische leider Muammar Kaddafi op bezoek bij de Franse president Nicholas Sarkozy. Dit is dezelfde Kaddafi die decennialang in het Westen gedemoniseerd werd en uiteindelijk in 2011 na een NAVO-missie in Libië gelyncht en vermoord werd. Kaddafi zou ook 50 miljoen euro gestort hebben om de Sarkozy-presidentscampagne te helpen financieren.

Na zijn ambtstermijn als Britse eerste minister bracht Tony Blair meermaals een bezoek aan kolonel Kaddafi van Libië. Het doel was telkens het verdedigen van Britse economische belangen in de regio.

Tony Blair en Kolonel Kaddafi in 2007 (foto telegraph.co.uk)

Tony Blair en Kolonel Kaddafi in 2007 (photo telegraph.co.uk)

In een iets verder verleden (1984), in de hoogdagen van het Apartheidsregime, ontving de Britse eerste minister Margaret Thatcher de Zuid-Afrikaanse president PW Botha. Thatcher had over Nelson Mandela’s ANC-beweging het volgende te zeggen: “The ANC is a typical terrorist organisation … Anyone who thinks it is going to run the government in South Africa is living in cloud-cuckoo land.” Ook toenmalig Amerikaans president Ronald Reagan noemde het ANC “one of the more notorious terrorist organisations.”

Drie Amerikaanse presidenten (Nixon, Bush en Clinton) gingen op de koffie bij de Indonesische dictator Soeharto of ontvingen hem voor een bezoek in Washington. Soeharto kwam in 1965 aan de macht, waarbij ongeveer een miljoen Indonesiërs, vooral (vermeende) communisten, werden afgeslacht. In de jaren ‘70 viel het Indonesische leger, met directe of indirecte steun van de VS, Groot-Brittannië, Australië en andere Westerse landen, Oost-Timor binnen. De trieste balans: ruim 200.000 doden, de ergste massamoord in verhouding tot inwoneraantal van de tweede helft van de 20ste eeuw. Steun voor het moorddadige regime ging door tot 1998, om economische belangen niet te schaden.

De Amerikaanse Secretary of State onder Richard Nixon, Henry Kissinger, was een welgekomen gast bij generaal Augusto Pinochet, die in 1973 in Chili aan de macht kwam na een militaire staatsgreep (onder de Chilenen beter bekend als the first 9/11) waarbij de democratisch verkozen president Salvador Allende om het leven kwam. Tijdens de dictatuur, die zou duren tot 1990, werden duizenden Chilenen omgebracht.

Hypocrisie

Het is altijd ontstellend om te zien hoe dit soort acties van ‘onze’ leiders steevast vergeten wordt en die van andere wereldleiders aangegrepen worden om aan te tonen dat ze “niet deugen”. De lijst van oorlogsmisdadigers en schenders van mensenrechten waar Westerse leiders mee op de koffie gingen is lang, zeer lang. En het palmares van deze misdadigers is veel schokkender dan alles wat Kim Jong-un ooit zou kunnen aanrichten in zijn land, laat staan in het buitenland.

“Maar wat hen [Poetin, Erdogan, Xi, Kim, al-Sisi] verbindt, is de rotsvaste overtuiging dat ze gerechtigd, ja zelfs geroepen zijn tot maximale machtsuitoefening. In de jongste editie van Foreign Affairs wordt Xi door China-expert Elizabeth Economy gekenschetst als een ‘keizerlijke president’. Hij heeft meer macht naar zich toe getrokken dan zijn voorgangers. Hij heeft een ambitieuze agenda die sterk nationalistisch is gekleurd. In verschillende varianten geldt dit ook voor de andere vier. Stuk voor stuk hebben ze de wil getoond tot het nemen van draconische maatregelen om oppositionele krachten uit te schakelen of ten minste het zwijgen op te leggen. En ze staan wantrouwig tegenover westerse politieke waarden aangaande de rechtsstaat en burgerrechten, al volgen ze soms wel formele democratische procedures. Met name Poetin en Erdogan beschouwen het Westen als een ontaard en verweekt avondland, waaraan hun eigen naties zich vooral niet moeten spiegelen.”

Wat moeten we denken van Barack Obama die steeds vaker optreedt als politieagent, rechter, jury en beul met drones doorheen het Midden-Oosten, terwijl hij in eigen land klokkenluiders vervolgt en doorgaat met het afluisteren van miljoenen Amerikanen en niet-Amerikanen? De constante steun voor landen die de mensenrechten met de voeten treden blijft doorgaan en wordt zelden in de mainstream media aan de kaak gesteld. Journalisten maken tegenwoordig evenveel deel uit van het establishment en werken in tandem samen met hun ‘democratische’ leiders om ‘de andere’ aan te klagen en indien nodig te demoniseren.

Hetzelfde geldt voor Europese leiders, die blindelings de dictaten van het neoliberalisme volgen, terwijl een meerderheid van de bevolking hier niet achterstaat. Alle wereldleiders zijn uit op het vergroten van hun macht, zowel politiek als economisch. Enkel wanneer officiële vijanden dit doen (zelfs wanneer dit gebeurt binnen de onmiddellijke invloedssfeer van die landen), wordt het in de Westerse pers een probleem.

Westerse goedaardigheid

“Voor het Westen, waar velen nog niet zo lang geleden droomden van een wereld waarin de liberale democratie een onstuitbare opmars maakt, blijft dat een moeilijk te verteren ervaring.”

De heer Brill gaat, zoals de overgrote meerderheid van Westerse opiniemakers en mediapersoonlijkheden, uit van de intrinsieke goedaardigheid van de Westerse leiders, die graag spreken over vrijheid, democratie en mensenrechten in de wereld. Wanneer Westerse leiders grove mensenrechtenschendingen begaan (of deze mee mogelijk maken) – en de voorbeelden zijn ontelbaar – dan gaat het in het beste geval om vergissingen, jammerlijke foutjes op het pad naar democratie, vrijheid en wereldvrede. In het slechtste geval wordt er eenvoudigweg niet over gesproken of wordt het zelfs toegejuicht. Deze houding – het geloof dat regeringen goedaardig zijn en handelen volgens een goed werkend moreel kompas – grenst, gezien de geschiedenis, aan krankzinnigheid.

We moeten af van dit wij-zij denken, verdelingen tussen Oost-West, goed-slecht, moslim-christen, die overheersen in onze media. De wereld is eenvoudiger te vertellen maar onmogelijk écht te begrijpen in dit soort termen. Journalisten moeten er een kerntaak van maken om hun eigen leiders te challengen. Het is te gemakkelijk om de lijn van de officiële regeringswoordvoerders of het State Department te volgen in de media. Hiermee willen we uiteraard niet stellen dat journalisten geen mensenrechtenschendingen of andere wandaden buiten het Westen (of buiten de Westerse bondgenoten) aan de kaak mogen stellen, maar échte journalistiek begint in de eerste plaats bij het in vraag stellen van het eigen beleid en de misdaden die wereldwijd worden mogelijk gemaakt door de eigen leiders.

facebooktwittergoogle_pluslinkedinmailby feather

After Charlie, Can We Ask Why?

facebooktwittergoogle_pluslinkedinmailby feather

Twelve people have been murdered in cold blood at the Charlie Hebdo weekly magazine’s office in Paris, France. I’ve been listening to the radio, watching the television news and reading everything that there is to read about these horrible atrocities in mainstream media.

Not once have I heard the question Why?

There have been people trying to explain the things that happened and they seem to have arrived to one conclusion. These people, probably Muslims, have executed an attack against freedom of speech. Charlie Hebdo is the magazine which has multiple times published the Muhammad cartoons. These people wanted to attack an institution, which, in their opinion, has mocked and ridiculed Islam over and over again.

But the question remains, Why? Let’s attempt to look for an explanation.

For many decades the perception has lived in the Muslim world that Western powers are at war with Islam all over the globe. The United States and its Western allies have hampered or blocked democratic, economic and political development in many parts of the world, serving their self-interest, without any regard for the interest of these local populations. We – and I mean Western powers and everyone who is willing to go along – have waged wars, time and time again, in countries around the planet. The pretext has always been to bring democracy to these countries, to fight for these peoples’ right to self-determination. The true goal, however, has always been protecting our own political and economic interests.

Already in the fifties, US president Eisenhower’s staff asked the question, Why do they hate us? They, meaning Muslims around the world. The results were crystal clear. They don’t like the Americans, and their allies, because they block economic development in the region. The US supports dictatorships all over the world, when this is in their economic interests. Oil and weapons manufacturers have fared quite well because of these policies.

Imagine for a second the millions of people who have died or have been tortured at the hands of Western powers or their allies in the Middle East. Whether it’s the Iranians under the dictatorship of the Shah; the Iranians and Iraqis during the Iran-Iraq war; the Kurds of Halabja under Western-backed Saddam; Iraqis with horrible deformities because of the depleted uranium the US Army used in the Gulf War; the hundreds of thousands of dead Iraqi children caused by Western UN sanctions; thousands dead in Sudan after the Americans bombed a pharmaceutical factory in 1998; the men, women and children in Afghanistan since 2001 or the one million Iraqi’s that have been killed since the 2003 invasion of that country. The 2003 invasion of Iraq, the worst crime of the 21st century, wasn’t even mentioned in mainstream media reporting.

Since nobody was doing so, the famous journalist Robert Fisk asked the question Why? immediately after the terrorist attacks of September 11, 2001. He was vilified by mainstream media and so-called intellectuals for ‘siding with the enemy’. It wasn’t because those Muslims hated American freedoms. It wasn’t because they hate Western capitalism. The reasons were the same as they were back in the 1950s, they rightfully felt that Western powers blocked economic and political development, and the last few decades they often killed many thousands of innocent people in doing so.

And yet we continue down this path of perpetual violence, war, torture and destruction. We send more fighter-bombers to the region to fight Bashar al-Assad in Syria. Or to fight ISIS. Or to fight the Taliban. And tomorrow we will send even more bombs and drones and warships and tanks and boots on the ground to fight the next bogeyman, with France more often than not as a loyal ally in fighting these wars. We – NATO and its allies – do all this in the name of ‘democracy’. But you cannot build a democracy with bombs and fighter jets. We build democracy by supporting and enforcing the most basic human rights for everyone everywhere.

The only way to stop this cycle of violence is to stop committing it. Imagine all those countries bombed to smithereens, all those valuable communities utterly destroyed, or all those innocent men, women and children who get their heads blown off by Western cruise missiles. This is a daily reality for many people, people just minding their own business in some other part of the world.

Take a look at history. Should we really be surprised by the fact that some extremists decide to stand on the other side of the barrel of a gun and attack these Western powers, including France, which have waged a perpetual war in many Muslim countries all over the globe? Western actions were bound to cause a reaction from desperate Muslims who have lost everything they have and now feel they have nothing left to lose. Violence creates violence and our never-ending wars generate a never-ending stream of terrorists.

We can condemn these acts as much as we want. And we should. But as rational human beings we should first of all be allowed to ask the most important question of all, Why? And we should ask ourselves the question if more violence is the right response to this atrocity. In my opinion, it is not.

facebooktwittergoogle_pluslinkedinmailby feather

Na Charlie… Mogen we vragen waarom?

facebooktwittergoogle_pluslinkedinmailby feather

Twaalf mensen zijn koelbloedig vermoord in het kantoor van het satirische magazine Charlie Hebdo in Parijs, Frankrijk. Ik heb naar de radio zitten luisteren, de hele dag, naar het televisiejournaal gekeken en de mainstream pers gelezen.

Niet één keer stelde men de vraag Waarom?

Meerdere mensen hebben een poging gedaan de gebeurtenissen te verklaren en ze lijken allemaal min of meer tot een consensus te komen. De daders, waarschijnlijk moslims, hebben een aanval uitgevoerd op de vrijheid van meningsuiting. Charlie Hebdo is het magazine dat meermaals de Mohammed-cartoons heeft gepubliceerd. De daders kozen ervoor een symbolisch doelwit aan te vallen, dat meermaals heeft gespot met de Islam.

Maar de vraag blijft. Waarom? Laten we dit proberen te verklaren.

Gedurende vele decennia leeft de perceptie in de moslimwereld dat Westerse machten een wereldwijde oorlog tegen de Islam voeren. De Verenigde Staten en diens Westerse bondgenoten hebben jarenlang overal ter wereld democratische, economische en politieke vooruitgang geblokkeerd of gedwarsboomd, met enkel oog voor hun eigen belangen. Hierbij werd niet gekeken naar de belangen van de lokale bevolking. Wij – en daarmee bedoel ik Westerse landen en iedereen die zijn medewerking wilt verlenen – hebben oorlogen gevoerd, elke keer opnieuw, in landen aan de andere kant van de planeet. Het voorwendsel was steeds de strijd voor democratie in deze landen, vechten voor ieders recht op zelfbestuur en ontwikkeling. Het echte doel was echter steeds het beschermen van onze eigen politieke en economische belangen.

Reeds in de jaren vijftig van vorige eeuw stelde de Amerikaanse president Eisenhower zijn staf de vraag ‘Why do they hate us?’. Hiermee doelde hij vooral op de moslims in het Midden-Oosten. De resultaten waren glashelder. De moslims hadden het blijkbaar niet op de Amerikanen en diens bondgenoten omdat ze economische ontwikkeling in de regio blokkeren. The VS steunen dictators overal ter wereld, wanneer dit in hun eigen economisch belang is. Oliebedrijven en wapenproducenten zijn dankzij dit soort beleid steenrijk geworden.

Laat ons heel even stilstaan bij de miljoenen die omgebracht of gefolterd werden door toedoen van het Westen en Westerse bondgenoten in het Midden-Oosten. De Iraniërs onder de dictatuur van de Sjah; de Iraniërs tijdens de oorlog tussen Iran en Irak; the Koerden van Halabja onder Saddam die gesteund werd door het Westen; de Irakezen geboren met vreselijke afwijkingen omwille van het verarmd uranium dat Amerikaanse troepen gebruikten tijdens de Golfoorlog; de honderdduizenden dode Iraakse kinderen als gevolg van de VN-sancties tijdens de jaren ’90; de duizenden doden als gevolg van het bombarderen van een medicijnenfabriek in Soedan in 1998; de burgerslachtoffers in Afghanistan sinds 2001 of de miljoen dode Irakezen sinds de VS-invasie van dat land in 2003. Over de VS-invasie van 2003 in Irak, de ergste misdaad van de 21ste eeuw, wordt met geen woord gerept.

Niemand stelde de vraag Waarom? meteen na 11 september 2001. De bekende journalist Robert Fisk besloot die vraag wél te stellen. Hij werd in de mainstream media en door zogezegde intellectuelen gedemoniseerd omdat hij “heulde met de vijand”. De reden toen was niet dat de aanvallers Amerikaanse ‘vrijheden’ haatten. Ze haatten het Westerse kapitalisme niet. De redenen waren dezelfde als vijftig jaar eerder. Moslims wereldwijd hebben, terecht, het gevoel dat Westerse machthebbers economische en politieke vooruitgang in hun landen blokkeren, en de laatste decennia hebben ze daarbij vele duizenden onschuldige burgers gedood.

En toch gaan wij door op het pad van oneindige oorlog, geweld, foltering, vernietiging. We sturen extra gevechtsvliegtuigen om de regio te bevrijden van tirannen zoals Bashar al-Assad. Of om te vechten tegen ISIS. Of de Taliban. En morgen sturen we nog meer bommen en drones en oorlogsschepen en tanks en gevechtstroepen om de volgende boeman te bekampen, met Frankrijk vaker wel dan niet als trouwe bondgenoot in deze oorlogen. Wij – de NAVO en haar bondgenoten – doen dit alles in de naam van ‘democratie’. Maar met bommen en gevechtsvliegtuigen bouw je geen democratie. Dit doe je wel door de elementaire mensenrechten wereldwijd en voor iedereen te steunen en af te dwingen.

De enige manier om deze spiraal van geweld te doorbreken is te stoppen er zelf aan deel te nemen. Ondertussen zijn er zo veel landen helemaal kapotgebombardeerd, al die waardevolle gemeenschappen verwoest, ontelbare onschuldige mannen, vrouwen, zonen en dochters aan flarden geschoten met Westerse kruisraketten. Dit is een dagelijkse realiteit voor heel veel mensen heel ver hier vandaan.

Bekijk de geschiedenis. Moet het echt verbazen dat ergens ter wereld extremisten opstaan omdat zij aan de andere kant van de geweerloop willen staan en het Westen aanvallen? Deze Westerse landen, Frankrijk inbegrepen, voeren een eindeloze oorlog in tal van moslimlanden. Vroeg of laat leiden deze Westerse acties tot een tegenreactie van wanhopige moslims die alles kwijt zijn en nu het gevoel hebben dat ze helemaal niets meer te verliezen hebben. Geweld creëert alleen maar geweld en onze eindeloze oorlogen genereren een constante stroom van nieuwe terroristen.

We moeten deze vreselijke moordpartijen streng veroordelen, daar mag geen twijfel over bestaan. Maar als rationele wezens zouden we in de eerste plaats de belangrijkste vraag van allemaal moeten stellen: Waarom? En dan kunnen we ons afvragen of nog meer geweld het juiste antwoord is op dit soort afgrijselijke misdaden. In mijn ogen is het dat niet.

facebooktwittergoogle_pluslinkedinmailby feather

No Wonder The Business Class Thinks Everything Is Going Great

facebooktwittergoogle_pluslinkedinmailby feather

It should come as no surprise that the business class believes the world is becoming a better place. Stock prices are setting all-time records, bonuses for CEOs are skyrocketing and regulation for multinationals and financial institutions is more distant than ever.

Henry Blodget, founder and CEO of Business Insider, wrote an article titled ‘OK, Haters, It’s Time To Admit It: The World Is Becoming A Better Place’. Indeed, being in a position such as is Blodget’s, one might argue the world is becoming a better place

'The economy is going great', says the business class (photo eastcountymagazine.org)

‘The economy is going great’, says the business class (photo eastcountymagazine.org)

Bet let us take a closer look at his arguments and juxtapose these arguments to some other facts that might demonstrate the world isn’t such a great place after all, at least not for those who are not part of the wealthy business class.

War deaths

His first graph should tell us more on the number of deaths by war and shows a significant decline in the last few decades. Good news, one would think. But his chart is quite flawed even if we look only at the 2001-2007 period.

The graph Blodget cites shows a few tens of thousands dead in the Middle East and seems to forget the one million dead in Iraq since the 2003 United States aggression and the several hundred thousand dead after the 2001 invasion and occupation of Afghanistan.

After the 1991 Gulf war led by the United States against Saddam Hussein, the United Nations, in fact the United States and the United Kingdom, imposed harsh sanctions on the Iraqi regime. As a result of these sanctions millions of Iraqis didn’t have access to basic health care and daily commodities. Estimates show a million of Iraqis died as a direct consequence of these sanctions, among these dead 500,000 children that didn’t get the necessary medication for easily-treatable diseases. Madeleine Albright, Secretary of State in the Clinton administration, said on TV that “we believe the price is worth it.” Leaving out these deaths seriously skewes reality.

The chart, however flawed to begin with, shouldn’t, under any circumstances, be a demonstration that the world is becoming a better place.

Poverty

Blodget’s second point shows us that poverty in the world is declining. That may very well be the case, given the enormous economic growth in developing nations such as Brazil, China and many Latin American countries. However, income inequality in the world is rising. The economic development of the last few decades seems to have been pretty advantageous for the wealthy (or super wealthy) upper class. Ordinary people, barely above the poverty line, are struggling to make ends meet. They are not represented in Blodget’s graph.

Let’s take a look at the United States, Blodget’s home country. Real wages of the many have stagnated or even declined since the late 1970s, while the wages of the rich and the super-rich have increased staggeringly. In the United States the top 1 percent has seen an increase in real wages of 125 percent, and the top 0.01 percent an astonishing 685 percent over the last three decades. The decade of the ‘80s, the decade of Ronald Reagan, was also the decade of the destruction of labour unions. Worker’s rights have deteriorated ever since, leading directly to worse working conditions.

The decade of the ‘90s, under the Clinton administration, was the decade of the NAFTA agreement, according to Chris Hedges “the most detrimental piece of legislation for workers since the Taft-Hartly Act of 1947.” NAFTA meant corporations could more easily ship production – and jobs – across the border with Mexico. Workers frightened of losing their jobs at any given moment don’t pose a great threat to the business class.

The same so-called liberal president was responsible, together with Federal Reserve chairman Alan Greenspan, for the destruction of the Glass-Steagall Act, introduced by Roosevelt in 1933 as part of the New Deal and separating commercial and investment banks. This evolution led to the creation of Monster of Frankenstein-like hedge fund banks directly responsible for the global economic and financial collapse of 2007.

No matter what the source, almost all show poverty has increased quite significantly in the US. Only the blind, or the ideologically fanaticized, would argue the last few decades have been helpful for the working class.

Life expectancy

His third argument, about life expectancy going through the roof, seems reasonable. It can hardly be seen as a miracle that in times of such technological development general life expectancy increases steeply. Disparity between rich and poor countries remains significant, just as an increase in average income doesn’t seem to advance working class groups.

Worker’s rights

Blodget’s statement comes at a moment when acquired democratic rights, such as labour rights, are being attacked all over the world. The Reagan/Thatcher era was just the beginning. Bill Clinton contributed generously with his NAFTA agreement, allowing so-called ‘free trade’ to cross Mexican and Canadian borders.

Today only 12 percent of American workers are unionised, most of them in the public sector where they do not have the right to strike. Lack of labour organisation is a brake on democratic development and an enormous gift to corporations who don’t have to pay their workers a living wage or guarantee a healthy and secure working environment.

The Transatlantic Trade and Investment Program (TTIP) will make sure this evolution continues in the direction the business class wants it to continue. Multinational corporations will be allowed to move their production to Eastern Europe, where wages are even lower than in the most impoverished areas of the United States. So-called ‘free-trade agreements’, who, in fact, have nothing to do with actual free trade, guarantee a race to the bottom in wages and working conditions.

This is not to say that nothing has changed for the better in the post-World War II-years. The improvement in civil rights since the ‘60s in the United States is one of the major examples. The improvement in women’s rights since the ‘70s cannot be underestimated. And even the growing power of the environmental movement and the increasing ecological consciousness among the general public is no small matter.

Austerity for some, but not for all (photo otherwords.org)

Austerity for some, but not for all (photo otherwords.org)

Environmental catastrophe

At the same time the world is being confronted with an environmental catastrophe threatening the survival of the human species. Corporations continue their activities without any concern for the externalities, that is, the future of our children and grandchildren. Greenhouse gases continue to fill up the air we breathe and might one day cause the total destruction of our kind. Only radical policy changes can stop this catastrophe from happening.

But one should not expect this change to come from the corporations. Their loyalty is to the shareholders only. Even their legal obligation is to maximize short-term profit.

It should come as no surprise that those who are part of the wealthy or super wealthy classes believe the world is becoming a better place. Blodget says there are thousands of examples to demonstrate this claim. He cites, however, just three.

So yes, if you belong to the wealthy or super-wealthy business class, the world is becoming a better place. Corporate profits are setting all-time records, Wall Street continues to hollow out democratic principles, shareholders are generously taken care of by upper management, while ordinary workers pay the high price for a crisis they did not cause and for an economic recovery they do not benefit from.

facebooktwittergoogle_pluslinkedinmailby feather

De gatenkaastheorie van de ‘rechtvaardige oorlog’

facebooktwittergoogle_pluslinkedinmailby feather

Politiek filosoof Dries Deweer houdt op de website van de VRT een pleidooi voor de ‘rechtvaardige oorlog’ (Just War) tegen ISIS. Deze theorie is niet nieuw. Een nadere kijk brengt echter heel wat gaten in de theorie aan het licht. Ook het verhaal van Deweer bevat een aantal tegenstrijdigheden.

Eén van de belangrijkste Just War-aanhangers was Jean Bethke Elshtain, die vier criteria aanhaalde voor een ‘rechtvaardige oorlog’. Ten eerste moet een oorlog “openlijk verklaard worden door een legitieme autoriteit.” De oorlog moet “gestart worden met goede intenties.” Ten derde is het gebruik van geweld gerechtvaardigd “om onschuldigen te beschermen tegen een zekere dreiging of om genocide te voorkomen.” Elshtain stelt ten slotte dat oorlog “enkel gerechtvaardigd is als laatste optie, nadat alle andere mogelijke pistes zijn uitgeput.”

Wankele criteria

De criteria die door de aanhangers van de ‘rechtvaardige oorlog’ worden gehanteerd, zijn op zijn minst wankel te noemen. Het eerste argument kan meteen terzijde worden geschoven. Een oorlog wordt niet meer of minder rechtvaardig, niet meer of minder legaal, door een openlijke oorlogsverklaring.

Hetzelfde geldt voor het tweede argument. Elke oorlog begint ‘met goede intenties’, zo stelt Noam Chomsky. De goede intenties van de ene zijn immers de kwaadwillige bedoelingen gepercipieerd door de andere. Rusland dichtte zichzelf goede intenties toe toen het in 1979 Afghanistan binnenviel. De NAVO ging prat op goede intenties bij het bombarderen van Belgrado in 1999. De Verenigde Staten geloofde rotsvast in haar goede intenties voor de oorlog in Irak in 2003.

'just war' of 'just a war'? Photo religion-slavery-civilwar.blogspot.be

‘just war’ of ‘just a war’? Photo religion-slavery-civilwar.blogspot.be

Geloofwaardigheid en logica

Voor het derde criterium valt wat te zeggen: een oorlog zou gerechtvaardigd zijn wanneer genocide dreigt.

“We hebben een morele rechtvaardiging en tot op zekere hoogte zelfs een morele plicht om tussen te komen in een oorlog als een strijdende partij flagrante oorlogsmisdaden begaat. Bij bloedbaden zoals die van IS spreken we van misdaden tegen de mensheid. Dat drukt meteen uit dat de hele mensheid betrokken partij is. Strijden tegen IS noemen we dan ook geen oorlog, maar een vorm van humanitaire interventie.”

ISIS in het Midden-Oosten pleegt inderdaad misdaden tegen de menselijkheid. Het idee dat Westerse mogendheden een morele plicht zouden hebben om militair in te grijpen raakt echter kant noch wal en is vaak gestoeld op een Westers superioriteitsgevoel. Westerse machten, in de eerste plaats de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk, verloren immers al hun geloofwaardigheid door decennialang militair in te grijpen in het Midden-Oosten. Het meest recente – en één van de meest afschuwelijke – voorbeeld hiervan is de invasie van Irak door de VS en Groot-Brittannië in 2003. Deze oorlog resulteerde in een miljoen doden, een verwoest land en een compleet geradicaliseerde regio, met organisaties die vandaag, elf jaar later, angst inboezemen tot vele duizenden kilometers daar vandaan.

Internationaal recht – en elk moreel oordeel – hoort uit te gaan van consistentie en logica. Als de heer Deweer ervan overtuigd is dat ‘wij’ (wie dat ook moge zijn) moeten ingrijpen wanneer een strijdende partij ergens in de wereld flagrante oorlogsmisdaden begaat, waar was hij dan toen de VS een illegale agressieoorlog begon tegen een soevereine natie (Irak) in 2003? Waar was de heer Deweer toen het Israëlisch leger in de zomer van 2014 ongeveer 2000 burgers vermoordde en scholen en ziekenhuizen in Gaza bombardeerde? Ik ben eveneens benieuwd naar het oordeel van de heer Deweer over de bombardementen door de NAVO op Belgrado in 1999, waarna de etnische zuiveringen in de Balkan pas écht op gang kwamen.

De voorbeelden van oorlogsmisdaden in de hele wereld zijn talrijk. Meestal worden ze gepleegd door machtige Westerse landen. De selectieve verontwaardiging in de mainstream media en het discours van de intellectuele elite is hallucinant. Oorlogsmisdaden zijn dat alleen wanneer ‘zij’ die begaan, nooit wanneer ‘wij’ die plegen.

Vreedzaam overleg krijgt geen kans

Aan het vierde criterium is in het geval van de coalition of the willing tegen ISIS absoluut niet voldaan. Er is in Irak zelfs geen begin van een poging ondernomen om het conflict via de diplomatieke weg, met de steun van de buurlanden, op te lossen. Iran is geen lid van de internationale coalitie, terwijl het land in de regio een belangrijke rol kan spelen.

Saoedi-Arabië maakt wel deel uit van de coalitie tegen het terrorisme, terwijl dit land zelf zowat de meest fundamentalistische staat ter wereld is. Volgens Human Rights Watch werden er in augustus alleen al 19 mensen onthoofd.

Turkije zit in een ambigue situatie. Het steunt de internationale coalitie tegen het terrorisme en is dus een objectieve bondgenoot van de Syrische president Bashar al-Assad. De internationale coalitie steunt volop de Koerdische Peshmerga in Syrië en Irak, die steun genieten van de Koerdische arbeiderspartij PKK. Die PKK wordt door Turkije en grote delen van de rest van de wereld beschouwd als een terroristische organisatie. Turkije, een land dat zelfs de Armeense genocide van 1915 niet erkent, is verantwoordelijk voor honderdduizenden Koerdische vluchtelingen en duizenden Koerdische doden in de jaren ’90.

Photo eurekastreet.com.au

Photo eurekastreet.com.au

“Het Midden-Oosten moet ons bijvoorbeeld altijd de vraag ontlokken of het niet veeleer om oliebelangen gaat. De doorsnee Koerd, Yezidi, Iraakse christen of ander slachtoffer van IS zal het echter worst wezen. Als zij gered worden, dan zal het hen niet veel uitmaken of dat om morele dan wel economische redenen was. Als we abstractie maken van de intentie, dan is en blijft een goede daad een goede daad.”

Wat Deweer vergeet is dat de theorie van de ‘rechtvaardige oorlog’ (Just War Theory) net gestoeld is op het criterium van de ‘goede intenties’. Waarom hij van de al dan niet ‘goede intenties’ hier abstractie maakt, is mij een raadsel.

De theorie van de ‘rechtvaardige oorlog’ is een interessant werktuig om bepaalde oorlogen of vormen van agressie te rechtvaardigen. Een nadere blik leert echter dat de Just War-theorie, inclusief de werken van Michael Walzer waar Deweer naar verwijst, bijzonder ongefundeerd is. De meeste argumenten zijn louter arbitrair morele oordelen, die kaderen binnen het gebruikelijke discours van Westerse regeringen en de intellectuele elite.

facebooktwittergoogle_pluslinkedinmailby feather

In Reducing Terrorism, The US Might Step Up Its Own Effort

facebooktwittergoogle_pluslinkedinmailby feather

US President Barack Obama’s speech at the United Nations Security Council was, as usual, a fine piece of rhetoric. As we are all well aware, few people in the world surpass his oratory talent. A quick comparison between the words spoken and the actions taken, however, reveals an ever-widening divide. Let’s have a closer look at what the most powerful man in the world exactly has to say about terrorism.

“[…] I called this meeting because we must come together — as nations and an international community — to confront the real and growing threat of foreign terrorist fighters.”

What does Mr. Obama mean by this ‘growing threat’? His own agencies, the FBI and Homeland Security, have just stated there are “no specific or credible terror threats to the U.S. homeland from the Islamic State militant group,” reducing Obama’s statement to fiction.

Lessons

“As I said earlier today, the tactic of terrorism is not new. So many nations represented here today, including my own, have seen our citizens killed by terrorists who target innocents. And today, the people of the world have been horrified by another brutal murder, of Herve Gourdel, by terrorists in Algeria. President Hollande, we stand with you and the French people not only as you grieve this terrible loss, but as you show resolve against terror and in defense of liberty.”

Mr. Obama is not mistaken in saying the tactics of terrorism are not new. In fact, it was the US initiating a terrorist campaign against Cuba in the early 1960s, led by John F. Kennedy’s brother Robert, shortly after the failed Bay of Pigs invasion. It was the US who was systematically supporting a vicious dictatorship in Chile, after the 1973 CIA-backed military coup in that country. It was, yet again, the US, led by actor-to-become-president Ronald Reagan, who unleashed a campaign of terror against the Nicaraguan democratic Sandinista government in the 1980s. It was the US who trained and armed the death squads in El Salvador throughout the same decade, resulting in tens of thousands of dead and disappeared.

The world is indeed horrified by the murder of Hervé Gourdell by a group affiliated with ISIL. But the world is – or at least ought to be – even more horrified by the million left dead in Iraq after the last war waged against that country, an act of aggression which, in international law, is an even greater crime than terrorism. As far as terrorism goes, the US doesn’t have to take lessons from any other country in the world.

Barack Obama speeching at the United Nations General Assembly, September 2014

Barack Obama speaking at the United Nations General Assembly, September 2014

“What brings us together today, what is new is the unprecedented flow of fighters in recent years to and from conflict zones, including Afghanistan and the Horn of Africa, Yemen, Libya, and most recently, Syria and Iraq.”

It is no coincidence that these are many of the countries that have been bombed over the last decade by US warplanes and remote-controlled drones. Might there be a corollary between US involvement in these countries (Yemen, Somalia, Libya, Iraq) and the increasing appeal to Muslim fighters around the world to join their fellow-believers in the region?

Goals, proclaimed and true

“Earlier this year at West Point, I called for a new Partnership to help nations build their capacity to meet the evolving threat of terrorism, including foreign terrorist fighters. And preventing these individuals from reaching Syria and then slipping back across our borders is a critical element of our strategy to degrade and ultimately destroy ISIL.”

The ultimate goal is not the destruction of ISIL. The US hasn’t cared about the suffering of the peoples of the region, whether it were the Iranians under the Shah between 1953 and 1979, the Iranians and Iraqis during the appalling ‘80-‘88 war, the 5,000 gassed Kurds of Halabja in 1988, the Iraqis in the first American Gulf War of 1991, 500,000 dying Iraqi children as a result of the US-UK sanctions in the ’90s, the Afghanis since 2001 or again the Iraqis since the US invasion of 2003.

The real goal of US foreign policy in the Middle East is the perpetual hegemony over the region’s natural resources. American and British multinationals in the oil and arms industry have made enormous profits since the 2003 invasion of Iraq and are counting on the continuation of this never-ending war. Stock prices for American arms manufactures, such as Lockheed Martin, General Dynamics, Raytheon and Northrop Grumman, “set all-time record highs last week as it became increasingly clear that President Obama was committed to a massive, sustained air war in Iraq and Syria.”

International law

“The historic resolution that we just adopted enshrines our commitment to meet this challenge. It is legally binding. It establishes new obligations that nations must meet. Specifically, nations are required to “prevent and suppress the recruiting, organizing, transporting or equipping” of foreign terrorist fighters, as well as the financing of their travel or activities. Nations must “prevent the movement of terrorists or terrorist groups” through their territory, and ensure that their domestic laws allow for the prosecution of those who attempt to do so.”

Obama’s call that the agreements are legally binding, should be met, by any reasonable person, with utter ridicule. The Unites States trump every other country’s track record in violation of international law. Starting to act according to UN resolutions by the US itself might actually hand the Nobel Peace Prize laureate some credibility.

The most obvious example is the cosy relationship between US governments and Cuban terrorists, such as Luis Posada Carriles, responsible for hundreds of dead, and Orlando Bosch, both trained by the CIA and both labelled ‘terrorists’ by the US intelligence agencies themselves.

These Cuban terrorists (those that are still alive today) are living comfortable lives in Florida, after being pardoned by former American president George Bush Senior. Several Latin American countries have demanded Posada’s extradition, which Washington has, obviously, refused, while at the same time bullying the countries offering asylum to whistle-blower Edward Snowden. As far as ‘preventing terrorist movement’ goes, the US itself might step up its own effort.

“[…] And it makes clear that respecting human rights, fundamental freedoms and the rule of law is not optional — it is an essential part of successful counterterrorism efforts. Indeed, history teaches us that the failure to uphold these rights and freedoms can actually fuel violent extremism.”

This happens to be absolutely true. History teaches us exactly that America’s unrivalled disregard for international law and its subsequent invasion of a sovereign country (Iraq) in 2003 are the direct cause for the quagmire that it is getting itself into today, being a new Iraq war, which will eventually kill thousands of innocent people, cost billions in taxpayers’ dollars and leave another part of the planet in ruins, having resolved absolutely nothing.

“Likewise, even as we are unrelenting against terrorists who threaten our people, we must redouble our work to address the conditions — the repression, the lack of opportunity, too often the hopelessness that can make some individuals more susceptible to appeals to extremism and violence. And this includes continuing to pursue a political solution in Syria that allows all Syrians to live in security, dignity, and peace.”

Perhaps president Obama can start by terminating his country’s relentless support for some of the cruellest dictatorships in the region. Saudi-Arabia, the source of Wahhabism in the world, is still viewed by the US, and many other Western powers, as a loyal ally in those countries’ foreign policy. At the same time, the Saudi regime decapitated 19 people in 17 days last August, according to Human Rights Watch, eight of them for nonviolent offences.

This information is not new. It has long been known by American foreign planners why many in the Middle East regard the US as a hostile power. It continuously blocks independent political and economic development in the region, avoiding the enormous natural resources to be used to improve the lives of so many Middle Easterners.

The return of diplomacy?

As far as the current situation with ISIS (or ISIL, or IS) goes, the only way to real solution in the region is diplomacy. A new never-ending war of the United States and its loyal or occasional allies in the region and beyond, will not solve anything.

Iran, not having been invited to the US-led ‘coalition of the willing’, might actually play a major role in the region, especially after the recent improvements – although modest – in Washington-Tehran relations. The same goes for Egypt’s Muslim Brotherhood, if its leader, Mohamed Morsi, hadn’t been ousted by a military coup last year. Involvement of the Muslim Brotherhood might have appeased the Sunni sentiments in working towards a reasonable compromise.

It seems as if diplomats nowadays no longer master the art of diplomacy, but instead they excel in war-mongering. As popular resistance against a new war in the Middle East continues to grow, in spite of mainstream media backing to an impressive extent their jingoist governments, the importance of a diplomatic settlement cannot be underestimated.

Barack Obama, as the most powerful man in the world, should do everything in his power to start preparing to leave a true legacy to the world, a more or less peaceful Middle East, instead of burdening his successor with yet another unwinnable war in a far-away country, and the innocent peoples in Iraq and Syria with many thousands of dead, devastated lives, villages and a new, radical generation of young Muslims worldwide.

facebooktwittergoogle_pluslinkedinmailby feather

Zonder Amerikaanse Irak-oorlog was er nu geen sprake van IS(IS)

facebooktwittergoogle_pluslinkedinmailby feather

De Westerse machten zijn naarstig op zoek naar een internationale ‘coalition of the willing‘ om de strijd met Islamitische Staat aan te gaan. Zal hun plan van aanpak het terrorisme uitroeien, zoals ze beweren? Zijn zij wel geplaatst om deze strijd aan te gaan?

Tromgeroffel vorige week. De Amerikaanse president Barack Obama kwam op de vooravond van 11 september naar buiten met zijn langverwachte strategie om Islamitische Staat te bestrijden in Irak en Syrië.

Veel nieuws was er niet onder de zon. Het plan van Obama is als volgt samen te vatten. Doelwitten in Irak en Syrië worden geïdentificeerd. Het aantal luchtaanvallen wordt opgevoerd. Er komen geen ‘boots on the ground‘, afgezien van enkele honderden militaire experts en raadgevers. De VS zoeken, samen met de klassieke bondgenoten, naar een uitgebreide internationale coalitie.

Laat het duidelijk zijn: ISIS/ISIL/IS is een terroristische organisatie, die vreselijke misdaden begaat en een dreiging vormt voor de bevolking in het Midden-Oosten.

Iraaks-Amerikaanse geschiedenis

De vraag is echter of de Verenigde Staten wel de aangewezen partij zijn om een dergelijke ‘coalition of the willing‘ aan te voeren. Het zijn de VS die de afgelopen decennia meermaals Irak verwoest hebben, die het land hebben gebruikt – misbruikt – in hun eigen voordeel, zonder hierbij oog te hebben voor de noden en het lijden van de burgerbevolking.

In de jaren 80 was Saddam Hoessein een VS-bondgenoot, die de strijd aanvoerde tegen de Iraanse Islamitische Republiek. Dat tijdens de Iraans-Iraakse oorlog een miljoen doden vielen op acht jaar tijd en dat er door de Westerse bondgenoot gifgas werd gebruikt met als gevolg vijfduizend dode Koerden, waren allerminst een bezwaar.

Problematisch werd het bondgenootschap toen Saddam in 1990 Koeweit binnenviel omwille van een dispuut over de olierijke grensregio. Operatie Desert Storm werd gelanceerd door George Bush senior, met ruim honderdduizend doden tot gevolg.

De jaren 90 waren het decennium van de VN-sancties, in feite VS- en VK-sancties. Hans von Sponeck, mensenrechtencoördinator van de Verenigde Naties in Irak, nam ontslag omdat de sancties een “genocidaal karakter” kregen. “We are in the process of destroying an entire society. It is as simple and terrifying as that“, zei Von Sponeck. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Madeleine Albright vond de dood van een half miljoen Iraakse kinderen als gevolg van de sancties niet problematisch.

Oorlog in Irak en de gevolgen ervan in het Midden-Oosten

De toename van terrorisme is een gevolg van de VS-invase van Irak en werd voorspeld door o.a. Noam Chomsky (foto cagle.com)

2003 was een nieuw sleutelmoment in de Iraaks-Amerikaanse geschiedenis. George W. Bush trok samen met zijn Britse doppelgänger Tony Blair ten strijde “om het Iraakse volk te bevrijden van dictator Saddam Hoessein, die met zijn massavernietigingswapens een existentiële dreiging vormde voor het Westen.” Colin Powell werd ingeschakeld om de propagandaoorlog voor de Verenigde Naties te leiden. De echte objectieven waren het verzekeren van Amerikaans-Britse hegemonie over de natuurlijke rijkdommen van de regio en het versterken van de Westerse militaire aanwezigheid.

De Iraaks-Amerikaanse geschiedenis lijkt nu, met de strijd tegen IS, aan een nieuw hoofdstuk te beginnen.

Waarom worden de VS in de Westerse wereld gezien als de voorvechter van democratie in de wereld? Waarom moeten de VS ten strijde trekken in een land dat het hunne niet is tegen een vijand die voor hun een absoluut marginale bedreiging vormt? De Verenigde Staten kennen een traditie van dwarsboming van democratische evoluties over de hele wereld. Toch houdt de mythe hardnekkig stand.

Terrorisme zal nooit uitgeroeid worden met bommen en wapens en nog meer bommen. Terroristische organisaties zijn geen gestroomlijnde, hiërarchische structuren die met enkele precisiebombardementen uitgeschakeld kunnen worden.

Terrorisme is wel een idee, een wapen. Het is een wapen dat meestal – maar zeker niet uitsluitend – gebruikt wordt door mensen met weinig andere middelen ter beschikking. Mensen met legitieme bezorgdheden. Mensen zonder vooruitzichten in een land dat decennialang als inzet gebruikt werd, en nog steeds wordt, in een geostrategisch spel om economische belangen veilig te stellen.

Everybody’s worried about stopping terrorism. Well, there’s a really easy way: stop participating in it.” Dit zijn de woorden van Noam Chomsky. Een oplossing voor terrorisme moet niet al te ver gezocht worden. Als de Verenigde Staten stoppen met zelf deel te nemen aan terrorisme, zal het islamitisch terrorisme in de wereld al aanzienlijk afnemen. Chomsky voorspelde al in 2002 dat een aanval op Irak een nieuwe golf van terroristen zou genereren. Staatsterrorisme in Irak, Afghanistan, Pakistan, Jemen, Tsjetsjenië, de Palestijnse bezette gebieden, Centraal-Amerika of waar dan ook, zal altijd enkel maar meer terrorisme genereren.

“Why do they hate us?

Het was president Eisenhower die in 1958 aan zijn staf de vraag stelde: Why do they hate us? Hij refereerde daarmee aan de bevolking van het Midden-Oosten. Zijn staf voerde een kort onderzoek uit en kwam tot de conclusie dat de bevolkingen van Noord-Afrika tot Zuid-Azië geen fan zijn van de VS omdat die “systematisch dictaturen in de regio steunen, democratisch verkozen leiders omverwerpen en economische en politieke vooruitgang blokkeren om de eigen Amerikaanse belangen in de regio veilig te stellen.”

Herman Van Rompuy sprak in de Zevende Dag van een strijd van de “beschaving tegen de barbarij”. Dit zijn typische clichés, zoals die altijd – in de vorm van één of andere variant – gebruikt worden door oorlogszuchtige leiders: van Hitler en Stalin tot George Bush en Tony Blair. In werkelijkheid gaat het nooit om een oorlog vóór de beschaving, maar wel een oorlog om economische belangen veilig te stellen. Markten voor Westerse multinationals moeten worden verzekerd. Controle over grondstoffen (van Latijns-Amerika over Afrika en het Midden-Oosten tot Indochina) moeten worden gegarandeerd. De oorlogsindustrie moet draaiende worden gehouden. De miljoenen doden die hierbij vallen, onschuldige mannen, vrouwen, kinderen, bejaarden, zijn ‘collateral damage‘ in het grote plan dat onze Westerse leiders voor ons hebben uitgedacht.

Als de invasie van Irak – een daad van agressie waarvoor de Nazi’s tijdens het Nuremberg-proces werden opgeknoopt – in 2003 nooit had plaatsgevonden, dan was er nu geen sprake geweest van de Islamitische Staat in Irak en Syrië, kortweg ISIS (of ISIL of IS). De ironie is groot dat uitgerekend de Verenigde Staten en Groot-Brittannië, met de steun van de meest fundamentalistisch-islamitische staat ter wereld, Saoedi-Arabië, de strijd tegen deze terreurgroep gaan aanvoeren.

facebooktwittergoogle_pluslinkedinmailby feather

Democratische renaissance in het neoliberaal tijdperk

facebooktwittergoogle_pluslinkedinmailby feather

Het kleine IJsland is een mooi voorbeeld van échte democratie in de 21ste eeuw. Voor het eerst sinds lang primeren de publieke belangen op die van grote bedrijven. Waarom horen we hier zo weinig over in Westerse media?

Eind 2008 kon IJsland de nationale schuld niet meer terugbetalen en ging het land failliet. Niet omdat IJslanders jarenlang ‘boven hun stand geleefd hebben’ – zoals we zo graag zeggen over de Grieken en Spanjaarden – maar omdat de schuldenberg door jarenlang wanbeheer van de banken de overheid had gedwongen om ter hulp te snellen. De financiële put was niet meer te overzien.

Besparingsdrift

Het recept van de trojka – De Europese Centrale Bank, de Europese Commissie en het Internationaal Monetair Fonds – voor landen in financiële moeilijkheden is bekend: besparen voor een slankere overheid, privatisering van grote industrieën en diensten, het vermijden van bijkomende regels voor de veroorzakers van de crisis, met name de banken.

The essentie van neoliberalisme

The essentie van neoliberalisme

Niet toevallig zijn dit de drie pijlers van het neoliberalisme: besparing op de overheidsuitgaven, deregulering voor grote bedrijven (meer regels staan winst in de weg) en privatisering. Dit neoliberalisme is vandaag meer ingeburgerd dan ooit. Als we de mainstream media mogen geloven, lijkt iedereen het erover eens. De overheid moet besparen, want ‘het geld is op’. Grote bedrijven mogen niet te veel regels opgelegd krijgen, want zij ‘zorgen voor werkgelegenheid’. Overheidsbedrijven moeten naar de private sector verhuizen, want ‘het is toch niet meer van deze tijd dat een overheid een telecombedrijf runt’ (de woorden van Open VLD-voorzitter Gwendolyn Rutten over Belgacom).

Gevolgen

Maar is de weg van het neoliberalisme wel écht de weg van het ‘gezond verstand’?

Werkloosheid swingt de pan uit in heel Europa. Multinationals verhuizen naar het buitenland, nadat ze eerst de subsidiekraan van de overheid hebben uitgemolken. Het argument dat multinationals voor werkgelegenheid zorgen is een mythe. Als de kortetermijnwinst kan verhoogd worden door een snelle verhuis naar het buitenland, dan zal het management niet aarzelen.

Banken zijn na de crisis, en na een symbolisch tikje op de vingers, overgegaan tot de orde van de dag. Er is één belangrijk verschil: vóór de crisis dachten ze dat ze too big to fail waren en dat de overheid hen wel op het juiste moment uit de nood zou helpen. Vandaag wéten ze dit.

Ondertussen wordt er gesnoeid in de overheidsuitgaven. Grieken leveren honderden euro’s in op hun loon of pensioen. Op hetzelfde moment besparen overheden op tal van sociale verworvenheden. Ziekenhuizen krijgen niet genoeg middelen om patiënten te verzorgen. Zieken sterven er terwijl ze uren- of dagenlang moeten wachten voordat ze geholpen worden. Ziektes die al decennia niet meer voorkwamen in het land, zoals malaria, zijn terug van weggeweest.

Publiek eigendom, zoals industrie en diensten, worden tegen dumpingprijzen verkocht aan de private sector. De vaak buitenlandse bedrijven zien een mooie kans om bedrijven onder de marktprijs te verwerven en de democratie in te perken. Noam Chomsky verwoordt het als volgt: ‘Per definitie is privatisering een bedreiging voor democratie, want publiek goed wordt uit de publieke sfeer gehaald en gelegd in de handen van private tirannen, gecreëerd en gesteund door de overheid’, die geen enkele verantwoording verschuldigd zijn aan de bevolking, maar wel aan de aandeelhouders.

Een andere weg

Ondanks enorme druk van EU-lidstaten en het IMF, koos IJsland een andere oplossing. De nieuwe regering schreef een referendum uit over de terugbetaling van de schuld. 93 procent van de stemgerechtigden koos ervoor de schuld niet terug te betalen. Topbankiers van de IJslandse banken, die verantwoordelijk waren voor de crisis, werden vervolgd en veroordeeld. Er kwam een nieuwe grondwet door massale publieke deelname in het democratisch proces.

IJsland koos voor het belang van de overgrote meerderheid van de bevolking in plaats van die van multinationals en grote financiële instellingen. En daarom wordt IJsland doodgezwegen.

Publiek belang

“What happened next was extraordinary. The belief that citizens had to pay for the mistakes of a financial monopoly, that an entire nation must be taxed to pay off private debts was shattered, transforming the relationship between citizens and their political institutions and eventually driving Iceland’s leaders to the side of their constituents.”

Het is opmerkelijk dat deze gebeurtenissen als buitengewoon worden beschouwd. Voor het eerst sinds lang kozen politieke vertegenwoordigers ervoor het publiek belang te dienen in plaats van te buigen voor de belangen van de private sector. Het is helaas inderdaad ongebruikelijk.

Westerse regeringen kennen een traditie van beslissingen die regelrecht ingaan tegen het belang van de meerderheid van de bevolking. Twee voorbeelden om dit te illustreren.

TTIP

In het grootste geheim wordt er al jarenlang onderhandeld over een vrijhandelsakkoord tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten, het Transatlantic Trade and Investment Program (TTIP). Eurocommissaris Karel De Gucht leidt de Europese delegatie. Waarom onderhandelen de partijen in het grootste geheim? Omdat de beslissingen die genomen worden regelrecht ingaan tegen het algemeen belang, het belang van het grootste deel van de bevolking.

De onderhandelaars weten dit en daarom is geheimhouding uitermate belangrijk. Dit gebeurde ook op het moment van de ondertekening van NAFTA, het vrijhandelsakkoord tussen de VS, Canada en Mexico. Amper 24 uur voor ondertekening van de duizenden pagina’s wettekst, werden deze voorgelegd aan andere stakeholders, zoals de vakbonden en milieuorganisaties.

Een snelle blik op de website van het TTIP leert ons wie er baat heeft bij dit soort vrijhandelsakkoorden:

“Corporate Co-chairs:  Amway, Citi, Dow, FedEx, Ford, GE, IBM, Intel, Johnson & Johnson, JP Morgan Chase, Lilly, MetLife and UPS.”

In de lijst van belanghebbenden vinden we geen werknemersorganisaties, mensenrechten- of middenveldorganisaties, KMO’s of kleine middenstanders.

Klimaatverandering

Eén van de meest schrijnende voorbeelden van uitvoerende machten die beslissingen nemen die lijnrecht ingaan tegen het algemeen belang zijn de geflopte klimaatconferenties van de afgelopen jaren. Overheden slagen er niet in om beslissingen te nemen die het voortbestaan van onze planeet en het overleven van de menselijke soort moeten garanderen.

Grootste spelbreker hierin zijn economische belangen, en niet het welzijn of de welvaart van de gewone werknemer, student, werkloze of gepensioneerde. Moedige beslissingen zouden de uitstoot van broeikasgassen tot een absoluut minimum herleiden, of zelfs verbieden. Multinationals zouden moord en brand schreeuwen, omdat hun kortetermijnwinst hierdoor in het gedrang komt. Maar op hetzelfde moment zou er een compleet nieuwe, groene economie op gang komen. Een duurzame economie die jobs creëert en geen onmiddellijke bedreiging vormt voor ons leefmilieu en het overleven van onze soort. Na enkele jaren zouden zelfs die grote ondernemingen, die eerst moord en brand schreeuwden, weer winst maken. Maar dat gaat helaas over de middellange termijn, en niet over de korte.

Trendbreuk

De IJslandse samenleving is verre van perfect, maar de ontwikkelingen van de laatste jaren markeren wel een trendbreuk. De trend in de meeste westerse landen is er één van het uit handen geven van feitelijke macht aan instituties die weinig of geen verantwoording moeten afleggen aan het publiek:

– aan multinationals die de facto ondemocratisch zijn en uitsluitend gericht op kortetermijnwinst voor de aandeelhouders;

– aan het IMF, een door de westerse grootmachten gesponsord economisch interventievehikel dat er altijd als eerste bij is om landen ter ‘hulp’ te snellen in ruil voor een stevig pakket ‘structural adjustment’, de hierboven genoemde heilige drievuldigheid van het neoliberalisme inbegrepen;

– aan organisaties als het WTO (Wereldhandelsorganisatie), die op een een weinig transparante manier wereldwijd opereert en de ontwikkelingslanden sancties oplegt wanneer die maatregelen treffen om de itnerne markt te beschermen, ook al zijn de Verenigde Staten de absolute kampioen van het protectionisme;

– en binnenkort, in het kader van het TTIP, misschien aan internationale handelstribunalen die de deelnemende lidstaten kunnen verplichten de belangen (en de winst) van transnationale ondernemingen te bestendigen.

Met andere woorden een verschuiving van de macht van de overheid – het enige instituut dat in ons huidige systeem door de bevolking enigszins ter verantwoording kan worden geroepen – naar volkomen ondemocratische organisaties die aan niemand verantwoording verschuldigd zijn. Tenzij aan grote financiële instellingen en andere multinationals.

IJsland, een gevaarlijk voorbeeld

Berichtgeving over deze ‘andere weg’ die IJsland inslaat gaat resoluut in tegen de belangen van de grote economische spelers in onze neoliberale wereld. Het is een andere weg die door meer landen bewandeld wordt en waarover we weinig horen. Bijvoorbeeld in Latijns-Amerika, dat er na decennia van buitenlandse inmenging en militaire dictaturen eindelijk in is geslaagd om het juk van het IMF (met de onvermijdelijke besparingen, deregulering en privatisering ter bescherming van multinationals) van zich af te werpen. Een onwaarschijnlijke democratische overwinning. De democratische renaissance in Zuid-Amerika is opvallend.

Daarom horen en lezen we zo weinig over IJsland en het alternatief voor het neoliberalisme. Geïnformeerde burgers zijn een bedreiging voor het status quo in onze samenleving. Westerse media maken deel uit van dikwijls transnationale ondernemingen. Zij hebben er geen belang bij dat burgers te zien krijgen hoe het anders kan. Vroeg of laat zal ook de bevolking van Europa en de Verenigde Staten beseffen dat het neoliberalisme geen natuurfenomeen is, dat trickle-down economics een mythe is en dat de dingen niet hoeven te zijn zoals ze zijn.

facebooktwittergoogle_pluslinkedinmailby feather