Monthly Archives: April 2014

Partijdige scheidsrechters in het Midden-Oosten

facebooktwittergoogle_pluslinkedinmailby feather

Vorige week in het nieuws: het vredesproces tussen Israël en de Palestijnen zit in het slop. No shit! Het “vredesproces” zit al meer dan 40 jaar in het slop. Spreken over een “vredesproces” is eigenlijk gewoon absurd.

De Verenigde Staten stuurden oorlogsheld John Kerry uit om eindelijk de knoop in het Midden-Oosten te ontwaren. Hij gaf zichzelf negen maanden om de onderhandelingen weer op het goede spoor te brengen. Maar na acht maanden staat de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken nog nergens.

Moeten we daarvan opkijken?

John Kerry, de 'onpartijdige' scheidsrechter

John Kerry, de ‘onpartijdige’ scheidsrechter

Stelt u zich even het volgende voor. Noord- en Zuid-Korea zijn al decennialang niet de dikste vrienden. Misschien wordt het eens tijd om vrede te sluiten (beide Korea’s zijn officieel nog steeds met elkaar in oorlog). Cuba, waar de Castro’s al lang vriendschappelijke betrekkingen onderhouden met Noord-Korea, werpt zich op als onderhandelaar in het geschil. Klap-klap in de handjes voor de goede bedoelingen.

Geloofwaardig?

Of keren we even terug naar Noord-Ierland. In het begin van de jaren ’90 wordt het toch wel écht de hoogste tijd om het conflict tussen katholieken en protestanten op te lossen. Het Vaticaan stuurt een afgevaardigde om de strijdende partijen tot serieuze vredesonderhandelingen te bewegen. Een mooi gebaar.

Maar geloofwaardig?

Misschien denkt u nu “wat een karikatuur.” Maar zo ver is de parallel niet gezocht. De Verenigde Staten werpen zich in het Midden-Oosten op als eerlijke scheidsrechter. Elke VS-president (sinds de jaren ’70) die zichzelf een beetje serieus neemt, vertelde de wereld ooit dat hij het Midden-Oosten-vraagstuk wilde oplossen. Zelfs voormalig president George W. Bush zei een “visie” te hebben voor vrede in het Midden-Oosten.

Medeplichtig

Zo ook president Obama. Vorig jaar gaf hij kersvers minister van Buitenlandse Zaken John Kerry de opdracht het “vredesproces” in het Midden-Oosten weer vlot te trekken. Wederom applaus voor de mooie woorden en goede bedoelingen.

Maar kan iemand die bedoelingen echt serieus nemen? Wie gelooft nog dat de Verenigde Staten een neutrale partij zijn in de regio? De VS zijn al vele decennia medeplichtig aan de oorlogen en mensenrechtenschendingen die in Israël, de bezette gebieden en in de buurlanden plaatsgrijpen.

Amerika geeft jaarlijks miljarden dollars steun aan de staat Israël (het grappige is dat die steun begroot wordt als ontwikkelingssamenwerking). Israël wordt voorzien van het modernste wapentuig uit de VS. En als Israël wapens koopt, dan willen de buurlanden (Saoedi-Arabië, weerzinwekkende dictatuur en belangrijke VS-bondgenoot, op kop) natuurlijk ook een portie verse wapens, “om zichzelf te verdedigen.” In jargon heet dit een teaser, ideaal om de wapenindustrie op volle toeren te laten draaien.

Amerikaans minister van Buitenlandse Zaken John Kerry

Amerikaans minister van Buitenlandse Zaken John Kerry

Nog geen enkele Amerikaanse president heeft, ondanks de mooie woorden, Israël krachtdadig aangemaand te stoppen met de bouw of uitbreiding van illegale nederzettingen in de Palestijnse bezette gebieden.

Enkele jaren geleden deed Obama een bescheiden poging. Hij vond dat de uitbreiding van de nederzettingen moest stoppen als voorwaarde voor vrede. Israëlisch premier Netanyahu was not amused en ging over tot de orde van de dag. De bouw van nederzettingen gaat gewoon door. Netanyahu wist natuurlijk dat Obama hem niet écht op de vingers zou tikken.

Oplossing niet zó complex

De oplossing ligt echter voor de hand en de sleutel bevindt zich niet in het Midden-Oosten. De oplossing moet gezocht worden in de Verenigde Staten en is tweeledig.

Ten eerste: wanneer de VS besluiten de onvoorwaardelijke steun voor de Israëlische regering op te schorten, pas dan zal er een dynamiek op gang komen waarbij Israëls leiders verplicht zijn om voluit te gaan voor integratie in de regio en normalisering van de relaties met de buurlanden in plaats van verder uit te groeien tot paria van de wereld.

Ten tweede moeten de Verenigde Staten eindelijk werk maken van een kernwapenvrije zone in het Midden-Oosten, zoals bepaald door resoluties van de Verenigde Naties. Dit betekent dat Iran zich engageert om geen kernwapens te produceren, maar wel gebruik mag maken van nucleaire energie voor civiele doeleinden. Hetzelfde geldt voor Israël, dat zijn kernwapens zal moeten opgeven, wat alle andere landen in de regio het motief voor kernwapenproductie ontneemt.

Wanneer aan die twee voorwaarden voldaan is, zal er sprake kunnen zijn van een écht vredesproces in het Midden-Oosten, zonder partijdige scheidsrechters.

facebooktwittergoogle_pluslinkedinmailby feather

De paradox van de privatisering

facebooktwittergoogle_pluslinkedinmailby feather

Vorige week in het nieuws: Sodexo en Parnassia mogen het Forensisch Psychiatrisch Centrum in Gent gaan uitbaten. De overheid schuift de zorg voor geesteszieken door naar de private sector.

Het is geen populair standpunt, maar het is de verdomde plicht van de overheid om in te staan voor de zorg van geesteszieken zonder dat daar een winstmotief aan te pas komt. Een maatschappij die niet wilt instaan voor de zorg van de allerzwaksten is geen beschaafde samenleving, hooguit een bananenrepubliek.

health

Hoe werkt privatisering eigenlijk?

De private sector neemt taken van de overheid over. Dit kan gaan om openbaar vervoer, telecommunicatie, banken, postbedeling,… En tegenwoordig ook ziekenzorg. Hoe graag we het ook zouden geloven, de privésector snelt de maatschappij hier niet te hulp voor onze mooie ogen. Er is maar één doel bij privatisering: winstmaximalisatie voor bedrijven.

En hoe kan dit beter dan door diensten te leveren aan de overheid in een sector waarvan we weten dat er altijd een voldoende hoge vraag zal zijn?

Dit wil zeggen dat de belastingbetaler privéondernemingen betaalt om een dienst te verlenen die de overheid eerst zelf uitvoerde. Tot daar is alles oké, want toen de overheid dit zelf deed, moesten de centen natuurlijk ook ergens vandaan komen.

Problematisch wordt het echter wanneer het winstmotief primeert op het belang van de patiënt. En dit is per definitie het geval wanneer Sodexo en Parnassia op een dag voor de keuze gesteld worden van ofwel bijkomende (noodzakelijke!) behandeling van een geïnterneerde zonder bijkomende financiële middelen van de overheid, ofwel helemaal niks doen. U mag drie keer raden wat er zal beslist worden.

Stel, in een hypothetisch geval, dat de manager van het psychiatrisch centrum (een werknemer van Sodexo en/of Parnassia), in een vlaag van morele onverschrokkenheid, toch beslist een dure behandeling door te zetten, omdat hij ervan overtuigd is dat dit juist is voor de geïnterneerde, zonder dat daar extra middelen van de overheid tegenover staan. Eén keer zal hij hiermee wegkomen. Een tweede keer allicht ook. Maar bij de derde keer zal hij door de raad van bestuur (en dus de aandeelhouders) vriendelijk doch nadrukkelijk verzocht worden zijn functie neer te leggen.

Logisch, want Sodexo en Parnassia zijn commerciële bedrijven, ze hebben een winstoogmerk. Het is niet alsof het bestuur van Sodexo op een dag opstond met de vraag: “hoe kunnen we eindelijk eens iets goed doen voor de geïnterneerden? Want dat zijn toch wel echt arme sloebers.” Neen, de beslissing van een privéonderneming om een psychiatrisch centrum (of ziekenhuis, of gevangenis, of eender welke andere instelling) is enkel en alleen gebaseerd op het vooruitzicht om winst te maken. Een al te moreel bewuste manager staat nu eenmaal winstmaximalisatie in de weg.

Een ander gevolg van privatisering is dat de zorg grotendeels aan overheidscontrole onttrokken wordt. In de Verenigde Staten, waar grote delen van het gevangeniswezen al geprivatiseerd zijn, verdienen multinationals massa’s geld met dank aan de belastingbetaler (want die moeten al dat altruïstisch onderdak natuurlijk financieren) en hun eigen legertjes aan spotgoedkope arbeidskrachten. In Irak zijn er de Blackwater-huurlingen, ter plaaste om het Amerikaanse leger (!) te beschermen, waarover al tal van wandaden aan het licht werden gebracht.

Dit alles illustreert de paradox van de privatisering. De overheid moet geen diensten als ziekenzorg, telecommunicatie, postbedeling,… meer leveren. Maar ze mag er wél nog voor betalen. Grote bedrijven worden rijk, niet door een stevige concurrentiepositie in een goed functionerende vrije markt, maar wel door een oligopolie dat gefinancierd wordt met uw en mijn belastinggeld, met als gevolg:

  • slechtere dienstverlening (want “cost efficiency”);
  • minder controle;
  • en enkele privéspelers die de winsten opstrijken.
facebooktwittergoogle_pluslinkedinmailby feather

Plat op de buik voor “vrije” handel

facebooktwittergoogle_pluslinkedinmailby feather

U las het in uw gazet. En indien niet, dan zag u Karel De Gucht wel in één of andere TV-studio opdraven ter vurige verdediging van het TTIP, zijn levenswerk, het vrijhandelsakkoord tussen Europa en de Verenigde Staten.

NAFTA and its results

Eventjes terug naar 1994. Toen werd de Noord-Amerikaanse Vrijhandelsovereenkomst tussen Canada, de VS en Mexico van kracht, oftewel NAFTA. Mexicaanse maïsboeren gingen failliet omdat ze niet meer konden concurreren met gesubsidieerde maïs uit de VS en Amerikaanse multinationals verscheepten massaal jobs naar Mexico, om vooral in de noordelijke grensregio mensen in abominabele omstandigheden te werk te stellen. Europa gaat met het Transatlantic Trade and Investment Program (TTIP) dezelfde weg op.

TTIP vs NAFTA

Want dat is waar vrijhandelsakkoorden over gaan: nivellering naar beneden toe. Vrije doorgang voor bedrijven om in het buitenland hun producten te laten assembleren, tewerkstellen van goedkope arbeidskrachten over de grens om de ‘concurrentie’ te laten spelen. Met als resultaat: enorme winsten voor hoofdzakelijk multinationals en minder rechten en verslechterde arbeidsomstandigheden voor werknemers.

Maar dat mag niet gezegd worden. EU-commissaris Karel De Gucht heeft het steevast over “jobs”, over een “enorme toename in welvaart” en “verhoogde economische groei” als gevolg van TTIP. Verhoogde winsten voor multinationals en een hoger bnp zorgen niet voor meer welvaart voor de gemiddelde werknemer.

In een periode waarin de beurzen het ene na het andere record boeken zijn de lonen van CEO’s en andere topmanagers de hoogte ingeschoten. En toch is het nog steeds crisis… Steeg uw loon de voorbije drie jaar ook met 30 procent?

Toegenomen handel

De toegenomen internationale handel als gevolg van NAFTA bestond voor het grootste deel uit “handel” tussen verschillende vestigingen van eenzelfde bedrijf. Wanneer General Motors een container auto-onderdelen verscheept om ze in Noord-Mexico te laten assembleren, dan spreken de statistieken van “handel”. Moeten we het daarvoor allen in koor uitschreeuwen van blijdschap, ook al wordt er niemand beter van? Het is logica voor gevorderden.

Gevolgen van TTIP

We kunnen hierover kort zijn: grote bedrijven krijgen meer rechten, werknemers slechtere werkomstandigheden.

– Privéondernemingen krijgen het recht om wetgeving die de industrie reguleert (en een barrière vormt voor winst) aan te vechten voor een handelstribunaal. De staat wordt nog onmachtiger om multinationals aan banden te leggen.

– Bedrijven wordt het makkelijker gemaakt om buitenlandse arbeidskrachten in dienst te stellen of om productiecapaciteit te verplaatsen over de oceaan. Per definitie zorgt dit voor slechtere werkomstandigheden.

Intellectueel eigendomsrecht wordt uitgebreid. In het kort houdt dit in dat een bedrijf een andere firma kan verhinderen om, bijvoorbeeld, een gelijkaardig geneesmiddel te ontwikkelen en op de markt te brengen. Ook als dit kan tegen een véél lagere kostprijs. Dit stompt creativiteit en ontwikkeling af, net hetgeen het TTIP beweert te bevorderen.

Geheim

Op de website van het TTIP is het volgende te lezen:
“Corporate Co-chairs:  Amway, Citi, Dow, FedEx, Ford, GE, IBM, Intel, Johnson & Johnson, JP Morgan Chase, Lilly, MetLife and UPS.”

Een mooi lijstje van belanghebbenden bij TTIP, waaronder twee grootbanken die mee verantwoordelijk zijn voor de financiële en economische wereldcrisis die al sinds 2007 aansleept. Een autobouwer die overleefde dankzij massale staatssteun en een computergigant die bestaat dankzij staatsorders. Dan is er het grootste Amerikaanse bedrijf General Electric, actief van microgolfovens tot mediakanalen, één van de grootste farmamultinationals ter wereld en twee postorderbedrijven.

We kunnen ons de vraag stellen of KMO’s en gewone werknemers even tevreden moeten zijn met de TTIP-plannen.

Het is geen wonder dat onderhandelingen over dit vrijhandelsakkoord in het diepste geheim verlopen. Net als bij NAFTA, weten de machthebbers al te goed dat de overgrote meerderheid van de bevolking tegen dit soort ‘vrijhandel’ is.

Als het publiek op de hoogte was van wat er gebeurde, dan zouden ze wel eens in opstand kunnen komen. Of tenminste niet meer stemmen voor Karel De Gucht en co.

 

Opmerking voor de aandachtige lezer:
Ik spreek vaak over “vrij”, “handel” en “vrijhandel” (met aanhalingstekens). Dit is omdat niets is wat het lijkt. Een vrijhandelsakkoord heeft niets te maken met “vrij”, en nog veel minder met “vrije handel”. Net zoals “jobs” een synoniem is geworden voor “winst voor grote bedrijven”, maar dat laatste bekt natuurlijk veel minder lekker tijdens een televisiedebat.

facebooktwittergoogle_pluslinkedinmailby feather