Monthly Archives: June 2014

Irak en het collectief geheugenverlies

facebooktwittergoogle_pluslinkedinmailby feather

De Verenigde Staten hebben vredesduif John Kerry weer naar het het Midden-Oosten uitgestuurd. Deze keer ging hij op bezoek in Irak, waar hij “hoopt de Koerden ertoe te bewegen om mee een nieuwe regering van nationale eenheid in Irak op de been te brengen.”

Tegenwoordig is het al ISIS wat de klok slaat. De soennitische extremisten van de Islamic State in Iraq and Syria zijn de nieuwe vijand in de regio. Het wordt tijd dat alle ‘gematigde groepen’ de handen in elkaar slaan om deze ‘bedreiging voor de wereldvrede’ te verslaan.

Regering van nationale eenheid

Het is hier dat de Verenigde Staten bijspringen. Minister van Buitenlandse Zaken John Kerry bracht een verrassingsbezoek aan Bagdad. Hij pleitte er voor een eenheidsregering met sjiieten, soennieten en koerden, de drie belangrijkste bevolkingsgroepen in het land.

Minister van Buitenlandse Zaken John Kerry

Minister van Buitenlandse Zaken John Kerry

Internationale politiek gaat over geloofwaardigheid. Hebben de VS nog enige geloofwaardigheid? Is Amerika wel de geschikte partij om in de regio vrede te bewerkstelligen? Hoe hebben de Verenigde Staten zich de afgelopen decennia ten opzichte van Irak opgesteld?

Trouwe bondgenoot

Laten we beginnen met het belangrijkste feit dat we liever uit het collectieve bewustzijn bannen. Saddam Hoessein, de baarlijke duivel van de Bush-dynastie, is een groot deel van zijn bewind een trouwe bondgenoot geweest van de VS. In de jaren tachtig, tijdens het presidentschap van Ronald Reagan, was het de ideale partner om ten strijde te trekken tegen het Iran van de ayatollahs. In een oorlog die acht jaar aansleepte, maakte Irak duchtig gebruik van gifgas. Dit werd door de internationale gemeenschap (een diplomatiek synoniem voor ‘de VS en iedereen die het ermee eens is’) door de vingers gezien. Saddam was immers een dictator, maar de Islamitische republiek ernaast was nog minder geliefd.

De ergste misdaad

Nog niet zo lang geleden spraken politici en diplomaten over de hele wereld zich vol afschuw uit over de vermeende gifgasaanval van Syrisch president Bashar al-Assad tijdens de burgeroorlog die in zijn land woedt. De regering had zich schuldig gemaakt aan de ergste misdaad, een aanval op de eigen bevolking. En dan nog wel met chemische wapens. Dit is inderdaad een weerzinwekkende misdaad, die niet goed te keuren valt.

Maar laten we even terugkeren in de tijd, naar 1988. De oorlog tussen Iran en Irak liep op z’n einde, met vele honderdduizenden doden als resultaat. Saddam Hoessein, zelf een soenniet, zag zijn kans schoon om een aanval uit te voeren op de koerden in de stad Halabja in het noorden van Irak. Trieste balans: ruim vijfduizend doden. Saddam pleegde de ergste misdaad, een gewelddadige aanval op de eigen burgerbevolking, mét westerse steun, een cruciaal element dat steeds vergeten wordt.

Halabja 1988, ruim 5000 koerden komen om bij een chemische aanval

Halabja 1988, ruim 5000 koerden komen om bij een chemische aanval

Desert Storm

In de zomer van 1990 ging Saddam een stap te ver. Hij viel Koeweit binnen om de macht in de olierijke grensregio te verwerven. Dit was niet naar de zin van de Amerikanen, die, in een poging om de bevolking het Vietnam-fiasco te doen vergeten, reageerden met operatie Desert Storm. De bedoeling was een blitzkrieg met een overweldigende overwinning voor de Amerikanen.

Irak werd voor een eerste keer vernietigd. De Amerikanen maakten gebruik van verarmd uranium, met als gevolg dat er jaren later nog kinderen geboren worden met kanker of andere lichamelijke aandoeningen als gevolg van de nucleaire besmetting.

Had Saddam een verkeerde inschatting gemaakt? Had hij niet goed begrepen hoe ver hij precies mocht gaan? Het vergassen van zijn eigen bevolking was enkele jaren daarvoor geen probleem geweest… Een inval in Koeweit plots wel. De spelregels van Washington waren op z’n minst arbitrair.

Irak werd gestraft. De sancties van de Verenigde Naties – eigenlijk van de VS en Groot-Brittannië – zouden een al verwoest land nog dieper in de afgrond drijven. Veel geneesmiddelen en andere broodnodige producten mochten niet meer worden ingevoerd waardoor naar schatting een half miljoen (500.000!) Iraakse kinderen stierven, die anders gewoon waren blijven leven. In een interview verkondigde toenmalig Minister van Buitenlandse Zaken Madeleine Albright dat dit “een prijs was die ze bereid waren te betalen.”

Al Qaeda en MVW’s

Toen kwam 11 september en de inval door de Amerikanen in Afghanistan. De Al Qaeda-gekte maakte van Irak een ideaal doelwit. Eerst werd Saddam Hoessein gelinkt aan Osama Bin Laden, terwijl iedereen die de regio een beetje kent, weet dat die twee niets met elkaar te maken wilden hebben, want de één seculier, de ander fundamentalist. Daarna loog Colin Powell voor de Verenigde Naties over de massavernietigingswapens die Irak zou bezitten. Het hek was van de dam en de Angelsaksische coalitie trok ten aanval.

De oorlog zou bijna tien jaar duren, een miljoen mensen lieten het leven, waaronder ontelbare burgers. Massavernietigingswapens werden nooit gevonden. Saddam werd aangetroffen in een put in de grond en terechtgesteld in een Playmobil-proces.

Geweld heerst

Je kan over Irak veel vertellen, maar één ding is zeker. Vóór 1991 was het een betere plek om te leven. Na een decennium van afschuwelijke sancties, gevolgd door een decennium van oorlog, is het een land in ruïnes. Verschillende groepen staan te springen om het machtsvacuüm op te vullen, zeker na de Amerikaans-Britse terugtrekking in 2011. Geweld verscheurt nog steeds dit land, ooit de bakermat van Arabische cultuur en ontwikkeling aan de Tigris en de Eufraat, en in juni 2014 vielen al meer dan duizend doden.

President Obama zei onlangs nog dat het “aan de Irakezen is om hun problemen op te lossen”. Allemaal leuk en aardig, maar het zijn de Amerikanen en hun bondgenoten die het land naar de verdoemenis hebben geholpen. Saddam Hoessein was een vreselijke dictator, maar een bedreiging voor de wereldvrede is hij nooit geweest. De claim dat Amerika en Groot-Brittannië een nobele daad hebben verricht door deze dictator te verdrijven getuigt van een onwaarschijnlijke leugenachtigheid.

Dat minster Kerry er nu op uit trekt om een oplossing te forceren is absurd. Hoe kan een afgevaardigde van een land met dit palmares in Irak gaan pleiten voor “nationale eenheid”, “samen sterk” en “vrede in de regio”?

In internationale politiek draait alles om geloofwaardigheid. Of om collectief geheugenverlies.

 

facebooktwittergoogle_pluslinkedinmailby feather