De gatenkaastheorie van de ‘rechtvaardige oorlog’

facebooktwittergoogle_pluslinkedinmailby feather

Politiek filosoof Dries Deweer houdt op de website van de VRT een pleidooi voor de ‘rechtvaardige oorlog’ (Just War) tegen ISIS. Deze theorie is niet nieuw. Een nadere kijk brengt echter heel wat gaten in de theorie aan het licht. Ook het verhaal van Deweer bevat een aantal tegenstrijdigheden.

Eén van de belangrijkste Just War-aanhangers was Jean Bethke Elshtain, die vier criteria aanhaalde voor een ‘rechtvaardige oorlog’. Ten eerste moet een oorlog “openlijk verklaard worden door een legitieme autoriteit.” De oorlog moet “gestart worden met goede intenties.” Ten derde is het gebruik van geweld gerechtvaardigd “om onschuldigen te beschermen tegen een zekere dreiging of om genocide te voorkomen.” Elshtain stelt ten slotte dat oorlog “enkel gerechtvaardigd is als laatste optie, nadat alle andere mogelijke pistes zijn uitgeput.”

Wankele criteria

De criteria die door de aanhangers van de ‘rechtvaardige oorlog’ worden gehanteerd, zijn op zijn minst wankel te noemen. Het eerste argument kan meteen terzijde worden geschoven. Een oorlog wordt niet meer of minder rechtvaardig, niet meer of minder legaal, door een openlijke oorlogsverklaring.

Hetzelfde geldt voor het tweede argument. Elke oorlog begint ‘met goede intenties’, zo stelt Noam Chomsky. De goede intenties van de ene zijn immers de kwaadwillige bedoelingen gepercipieerd door de andere. Rusland dichtte zichzelf goede intenties toe toen het in 1979 Afghanistan binnenviel. De NAVO ging prat op goede intenties bij het bombarderen van Belgrado in 1999. De Verenigde Staten geloofde rotsvast in haar goede intenties voor de oorlog in Irak in 2003.

'just war' of 'just a war'? Photo religion-slavery-civilwar.blogspot.be

‘just war’ of ‘just a war’? Photo religion-slavery-civilwar.blogspot.be

Geloofwaardigheid en logica

Voor het derde criterium valt wat te zeggen: een oorlog zou gerechtvaardigd zijn wanneer genocide dreigt.

“We hebben een morele rechtvaardiging en tot op zekere hoogte zelfs een morele plicht om tussen te komen in een oorlog als een strijdende partij flagrante oorlogsmisdaden begaat. Bij bloedbaden zoals die van IS spreken we van misdaden tegen de mensheid. Dat drukt meteen uit dat de hele mensheid betrokken partij is. Strijden tegen IS noemen we dan ook geen oorlog, maar een vorm van humanitaire interventie.”

ISIS in het Midden-Oosten pleegt inderdaad misdaden tegen de menselijkheid. Het idee dat Westerse mogendheden een morele plicht zouden hebben om militair in te grijpen raakt echter kant noch wal en is vaak gestoeld op een Westers superioriteitsgevoel. Westerse machten, in de eerste plaats de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk, verloren immers al hun geloofwaardigheid door decennialang militair in te grijpen in het Midden-Oosten. Het meest recente – en één van de meest afschuwelijke – voorbeeld hiervan is de invasie van Irak door de VS en Groot-Brittannië in 2003. Deze oorlog resulteerde in een miljoen doden, een verwoest land en een compleet geradicaliseerde regio, met organisaties die vandaag, elf jaar later, angst inboezemen tot vele duizenden kilometers daar vandaan.

Internationaal recht – en elk moreel oordeel – hoort uit te gaan van consistentie en logica. Als de heer Deweer ervan overtuigd is dat ‘wij’ (wie dat ook moge zijn) moeten ingrijpen wanneer een strijdende partij ergens in de wereld flagrante oorlogsmisdaden begaat, waar was hij dan toen de VS een illegale agressieoorlog begon tegen een soevereine natie (Irak) in 2003? Waar was de heer Deweer toen het Israëlisch leger in de zomer van 2014 ongeveer 2000 burgers vermoordde en scholen en ziekenhuizen in Gaza bombardeerde? Ik ben eveneens benieuwd naar het oordeel van de heer Deweer over de bombardementen door de NAVO op Belgrado in 1999, waarna de etnische zuiveringen in de Balkan pas écht op gang kwamen.

De voorbeelden van oorlogsmisdaden in de hele wereld zijn talrijk. Meestal worden ze gepleegd door machtige Westerse landen. De selectieve verontwaardiging in de mainstream media en het discours van de intellectuele elite is hallucinant. Oorlogsmisdaden zijn dat alleen wanneer ‘zij’ die begaan, nooit wanneer ‘wij’ die plegen.

Vreedzaam overleg krijgt geen kans

Aan het vierde criterium is in het geval van de coalition of the willing tegen ISIS absoluut niet voldaan. Er is in Irak zelfs geen begin van een poging ondernomen om het conflict via de diplomatieke weg, met de steun van de buurlanden, op te lossen. Iran is geen lid van de internationale coalitie, terwijl het land in de regio een belangrijke rol kan spelen.

Saoedi-Arabië maakt wel deel uit van de coalitie tegen het terrorisme, terwijl dit land zelf zowat de meest fundamentalistische staat ter wereld is. Volgens Human Rights Watch werden er in augustus alleen al 19 mensen onthoofd.

Turkije zit in een ambigue situatie. Het steunt de internationale coalitie tegen het terrorisme en is dus een objectieve bondgenoot van de Syrische president Bashar al-Assad. De internationale coalitie steunt volop de Koerdische Peshmerga in Syrië en Irak, die steun genieten van de Koerdische arbeiderspartij PKK. Die PKK wordt door Turkije en grote delen van de rest van de wereld beschouwd als een terroristische organisatie. Turkije, een land dat zelfs de Armeense genocide van 1915 niet erkent, is verantwoordelijk voor honderdduizenden Koerdische vluchtelingen en duizenden Koerdische doden in de jaren ’90.

Photo eurekastreet.com.au

Photo eurekastreet.com.au

“Het Midden-Oosten moet ons bijvoorbeeld altijd de vraag ontlokken of het niet veeleer om oliebelangen gaat. De doorsnee Koerd, Yezidi, Iraakse christen of ander slachtoffer van IS zal het echter worst wezen. Als zij gered worden, dan zal het hen niet veel uitmaken of dat om morele dan wel economische redenen was. Als we abstractie maken van de intentie, dan is en blijft een goede daad een goede daad.”

Wat Deweer vergeet is dat de theorie van de ‘rechtvaardige oorlog’ (Just War Theory) net gestoeld is op het criterium van de ‘goede intenties’. Waarom hij van de al dan niet ‘goede intenties’ hier abstractie maakt, is mij een raadsel.

De theorie van de ‘rechtvaardige oorlog’ is een interessant werktuig om bepaalde oorlogen of vormen van agressie te rechtvaardigen. Een nadere blik leert echter dat de Just War-theorie, inclusief de werken van Michael Walzer waar Deweer naar verwijst, bijzonder ongefundeerd is. De meeste argumenten zijn louter arbitrair morele oordelen, die kaderen binnen het gebruikelijke discours van Westerse regeringen en de intellectuele elite.

facebooktwittergoogle_pluslinkedinmailby feather

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *