Tag Archives: obama

Mainstream media en onze ‘goedaardige, democratische’ leiders

facebooktwittergoogle_pluslinkedinmailby feather

Mensenrechtenschendingen zijn dat enkel wanneer ‘zij’ die begaan. Terrorisme wordt enkel herkend wanneer ‘de andere’ het pleegt. En de Westerse slaapwandelaars blijven geloven in de intrinsieke goedheid van hun eigen overheden.

Op 29 december stelde Paul Brill, buitenlandcolumnist van de Nederlandse Volkskrant, in De Morgen dat 2014 het jaar “van de sterke man” was.

Het is een vaste waarde in de mainstream media dat ‘onze’ leiders vriendelijker bejegend worden dan ‘die andere’, van het slag Poetin, Kim, Xi, maar ook Morales, Chavez of Castro. Journalisten, die zelf verstrengeld zijn in de machtsconcentraties à la Wetstraat (waar een voornamencultuur heerst), verworden meer en meer tot onofficiële woordvoerders van hun zittende regeringen of bevriende nationale leiders.

Paul Brill doet er een schepje bovenop.

“Nu hij [Poetin] de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un heeft uitgenodigd om volgend jaar de viering van de overwinning op nazi-Duitsland te komen bijwonen, is er geen twijfel mogelijk: hij deugt echt niet.”

De heer Brill heeft de balans opgemaakt. Poetin deugt niet omdat hij Kim Jong-un uitnodigt voor een herdenkingsplechtigheid. Het gaat hier immers om een door het Westen officieel als vijand bestempeld staatshoofd. Poetin begaat hiermee de ultieme blunder: vriendelijke betrekkingen onderhouden met een dictator.

Geschiedenis

Als we de recente en minder recente geschiedenis erop na slaan, komen we tot de vaststelling dat Poetin niet de enige is die er minder ‘aanvaardbare’ vrienden op nahoudt.

In 2014 vloog Barack Obama naar Saoedi-Arabië om de wankele relaties met het oliekoninkrijk nieuw leven in te blazen. Deze Midden-Oosterse staat is één van de meest fundamentalistische landen ter wereld en volgens Human Rights Watch werden er in augustus 2014 nog negentien mensen onthoofd. Standaard praktijk in dat land.

Barack Obama en koning Abdullah van Saoedi-Arabië, de bakermat van de fundamentalistische Islam, waar in augustus 2014 nog 19 mensen werden onthoofd (foto foreignpolicynews.org)

Barack Obama en koning Abdullah van Saoedi-Arabië, de bakermat van de fundamentalistische Islam, waar in augustus 2014 nog 19 mensen werden onthoofd

In 2009 zei toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton dat ze de familie Moebarak ziet als “echte vrienden van mijn familie.” Hosni Moebarak is de man die Egypte dertig jaar lang met ijzeren hand, en met miljarden dollars militaire en economische steun van de Verenigde Staten, bestuurde, tot hij in 2011 ten val kwam tijdens de volksopstand in dat land.

De nieuwe VS-minister van Buitenlandse Zaken John Kerry was één van de eerste Westerse hoogwaardigheidsbekleders die een bezoek bracht aan generaal Al-Sisi. Hij sprak er zijn steun uit voor de man die na een militaire staatsgreep aan de macht kwam in het meest bevolkte Arabische land en zei dat de militaire steun (honderden miljoenen dollars per jaar) zou doorgaan. Kerry ging in 2014 ook langs bij koning Abdullah van Saoedi-Arabië, de bakermat van de fundamentalistische islam en het jihadisme.

Ook West-Europese leiders spelen het spel gretig mee.

In 2007 ging de Libische leider Muammar Kaddafi op bezoek bij de Franse president Nicholas Sarkozy. Dit is dezelfde Kaddafi die decennialang in het Westen gedemoniseerd werd en uiteindelijk in 2011 na een NAVO-missie in Libië gelyncht en vermoord werd. Kaddafi zou ook 50 miljoen euro gestort hebben om de Sarkozy-presidentscampagne te helpen financieren.

Na zijn ambtstermijn als Britse eerste minister bracht Tony Blair meermaals een bezoek aan kolonel Kaddafi van Libië. Het doel was telkens het verdedigen van Britse economische belangen in de regio.

Tony Blair en Kolonel Kaddafi in 2007 (foto telegraph.co.uk)

Tony Blair en Kolonel Kaddafi in 2007 (photo telegraph.co.uk)

In een iets verder verleden (1984), in de hoogdagen van het Apartheidsregime, ontving de Britse eerste minister Margaret Thatcher de Zuid-Afrikaanse president PW Botha. Thatcher had over Nelson Mandela’s ANC-beweging het volgende te zeggen: “The ANC is a typical terrorist organisation … Anyone who thinks it is going to run the government in South Africa is living in cloud-cuckoo land.” Ook toenmalig Amerikaans president Ronald Reagan noemde het ANC “one of the more notorious terrorist organisations.”

Drie Amerikaanse presidenten (Nixon, Bush en Clinton) gingen op de koffie bij de Indonesische dictator Soeharto of ontvingen hem voor een bezoek in Washington. Soeharto kwam in 1965 aan de macht, waarbij ongeveer een miljoen Indonesiërs, vooral (vermeende) communisten, werden afgeslacht. In de jaren ‘70 viel het Indonesische leger, met directe of indirecte steun van de VS, Groot-Brittannië, Australië en andere Westerse landen, Oost-Timor binnen. De trieste balans: ruim 200.000 doden, de ergste massamoord in verhouding tot inwoneraantal van de tweede helft van de 20ste eeuw. Steun voor het moorddadige regime ging door tot 1998, om economische belangen niet te schaden.

De Amerikaanse Secretary of State onder Richard Nixon, Henry Kissinger, was een welgekomen gast bij generaal Augusto Pinochet, die in 1973 in Chili aan de macht kwam na een militaire staatsgreep (onder de Chilenen beter bekend als the first 9/11) waarbij de democratisch verkozen president Salvador Allende om het leven kwam. Tijdens de dictatuur, die zou duren tot 1990, werden duizenden Chilenen omgebracht.

Hypocrisie

Het is altijd ontstellend om te zien hoe dit soort acties van ‘onze’ leiders steevast vergeten wordt en die van andere wereldleiders aangegrepen worden om aan te tonen dat ze “niet deugen”. De lijst van oorlogsmisdadigers en schenders van mensenrechten waar Westerse leiders mee op de koffie gingen is lang, zeer lang. En het palmares van deze misdadigers is veel schokkender dan alles wat Kim Jong-un ooit zou kunnen aanrichten in zijn land, laat staan in het buitenland.

“Maar wat hen [Poetin, Erdogan, Xi, Kim, al-Sisi] verbindt, is de rotsvaste overtuiging dat ze gerechtigd, ja zelfs geroepen zijn tot maximale machtsuitoefening. In de jongste editie van Foreign Affairs wordt Xi door China-expert Elizabeth Economy gekenschetst als een ‘keizerlijke president’. Hij heeft meer macht naar zich toe getrokken dan zijn voorgangers. Hij heeft een ambitieuze agenda die sterk nationalistisch is gekleurd. In verschillende varianten geldt dit ook voor de andere vier. Stuk voor stuk hebben ze de wil getoond tot het nemen van draconische maatregelen om oppositionele krachten uit te schakelen of ten minste het zwijgen op te leggen. En ze staan wantrouwig tegenover westerse politieke waarden aangaande de rechtsstaat en burgerrechten, al volgen ze soms wel formele democratische procedures. Met name Poetin en Erdogan beschouwen het Westen als een ontaard en verweekt avondland, waaraan hun eigen naties zich vooral niet moeten spiegelen.”

Wat moeten we denken van Barack Obama die steeds vaker optreedt als politieagent, rechter, jury en beul met drones doorheen het Midden-Oosten, terwijl hij in eigen land klokkenluiders vervolgt en doorgaat met het afluisteren van miljoenen Amerikanen en niet-Amerikanen? De constante steun voor landen die de mensenrechten met de voeten treden blijft doorgaan en wordt zelden in de mainstream media aan de kaak gesteld. Journalisten maken tegenwoordig evenveel deel uit van het establishment en werken in tandem samen met hun ‘democratische’ leiders om ‘de andere’ aan te klagen en indien nodig te demoniseren.

Hetzelfde geldt voor Europese leiders, die blindelings de dictaten van het neoliberalisme volgen, terwijl een meerderheid van de bevolking hier niet achterstaat. Alle wereldleiders zijn uit op het vergroten van hun macht, zowel politiek als economisch. Enkel wanneer officiële vijanden dit doen (zelfs wanneer dit gebeurt binnen de onmiddellijke invloedssfeer van die landen), wordt het in de Westerse pers een probleem.

Westerse goedaardigheid

“Voor het Westen, waar velen nog niet zo lang geleden droomden van een wereld waarin de liberale democratie een onstuitbare opmars maakt, blijft dat een moeilijk te verteren ervaring.”

De heer Brill gaat, zoals de overgrote meerderheid van Westerse opiniemakers en mediapersoonlijkheden, uit van de intrinsieke goedaardigheid van de Westerse leiders, die graag spreken over vrijheid, democratie en mensenrechten in de wereld. Wanneer Westerse leiders grove mensenrechtenschendingen begaan (of deze mee mogelijk maken) – en de voorbeelden zijn ontelbaar – dan gaat het in het beste geval om vergissingen, jammerlijke foutjes op het pad naar democratie, vrijheid en wereldvrede. In het slechtste geval wordt er eenvoudigweg niet over gesproken of wordt het zelfs toegejuicht. Deze houding – het geloof dat regeringen goedaardig zijn en handelen volgens een goed werkend moreel kompas – grenst, gezien de geschiedenis, aan krankzinnigheid.

We moeten af van dit wij-zij denken, verdelingen tussen Oost-West, goed-slecht, moslim-christen, die overheersen in onze media. De wereld is eenvoudiger te vertellen maar onmogelijk écht te begrijpen in dit soort termen. Journalisten moeten er een kerntaak van maken om hun eigen leiders te challengen. Het is te gemakkelijk om de lijn van de officiële regeringswoordvoerders of het State Department te volgen in de media. Hiermee willen we uiteraard niet stellen dat journalisten geen mensenrechtenschendingen of andere wandaden buiten het Westen (of buiten de Westerse bondgenoten) aan de kaak mogen stellen, maar échte journalistiek begint in de eerste plaats bij het in vraag stellen van het eigen beleid en de misdaden die wereldwijd worden mogelijk gemaakt door de eigen leiders.

facebooktwittergoogle_pluslinkedinmailby feather

Zonder Amerikaanse Irak-oorlog was er nu geen sprake van IS(IS)

facebooktwittergoogle_pluslinkedinmailby feather

De Westerse machten zijn naarstig op zoek naar een internationale ‘coalition of the willing‘ om de strijd met Islamitische Staat aan te gaan. Zal hun plan van aanpak het terrorisme uitroeien, zoals ze beweren? Zijn zij wel geplaatst om deze strijd aan te gaan?

Tromgeroffel vorige week. De Amerikaanse president Barack Obama kwam op de vooravond van 11 september naar buiten met zijn langverwachte strategie om Islamitische Staat te bestrijden in Irak en Syrië.

Veel nieuws was er niet onder de zon. Het plan van Obama is als volgt samen te vatten. Doelwitten in Irak en Syrië worden geïdentificeerd. Het aantal luchtaanvallen wordt opgevoerd. Er komen geen ‘boots on the ground‘, afgezien van enkele honderden militaire experts en raadgevers. De VS zoeken, samen met de klassieke bondgenoten, naar een uitgebreide internationale coalitie.

Laat het duidelijk zijn: ISIS/ISIL/IS is een terroristische organisatie, die vreselijke misdaden begaat en een dreiging vormt voor de bevolking in het Midden-Oosten.

Iraaks-Amerikaanse geschiedenis

De vraag is echter of de Verenigde Staten wel de aangewezen partij zijn om een dergelijke ‘coalition of the willing‘ aan te voeren. Het zijn de VS die de afgelopen decennia meermaals Irak verwoest hebben, die het land hebben gebruikt – misbruikt – in hun eigen voordeel, zonder hierbij oog te hebben voor de noden en het lijden van de burgerbevolking.

In de jaren 80 was Saddam Hoessein een VS-bondgenoot, die de strijd aanvoerde tegen de Iraanse Islamitische Republiek. Dat tijdens de Iraans-Iraakse oorlog een miljoen doden vielen op acht jaar tijd en dat er door de Westerse bondgenoot gifgas werd gebruikt met als gevolg vijfduizend dode Koerden, waren allerminst een bezwaar.

Problematisch werd het bondgenootschap toen Saddam in 1990 Koeweit binnenviel omwille van een dispuut over de olierijke grensregio. Operatie Desert Storm werd gelanceerd door George Bush senior, met ruim honderdduizend doden tot gevolg.

De jaren 90 waren het decennium van de VN-sancties, in feite VS- en VK-sancties. Hans von Sponeck, mensenrechtencoördinator van de Verenigde Naties in Irak, nam ontslag omdat de sancties een “genocidaal karakter” kregen. “We are in the process of destroying an entire society. It is as simple and terrifying as that“, zei Von Sponeck. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Madeleine Albright vond de dood van een half miljoen Iraakse kinderen als gevolg van de sancties niet problematisch.

Oorlog in Irak en de gevolgen ervan in het Midden-Oosten

De toename van terrorisme is een gevolg van de VS-invase van Irak en werd voorspeld door o.a. Noam Chomsky (foto cagle.com)

2003 was een nieuw sleutelmoment in de Iraaks-Amerikaanse geschiedenis. George W. Bush trok samen met zijn Britse doppelgänger Tony Blair ten strijde “om het Iraakse volk te bevrijden van dictator Saddam Hoessein, die met zijn massavernietigingswapens een existentiële dreiging vormde voor het Westen.” Colin Powell werd ingeschakeld om de propagandaoorlog voor de Verenigde Naties te leiden. De echte objectieven waren het verzekeren van Amerikaans-Britse hegemonie over de natuurlijke rijkdommen van de regio en het versterken van de Westerse militaire aanwezigheid.

De Iraaks-Amerikaanse geschiedenis lijkt nu, met de strijd tegen IS, aan een nieuw hoofdstuk te beginnen.

Waarom worden de VS in de Westerse wereld gezien als de voorvechter van democratie in de wereld? Waarom moeten de VS ten strijde trekken in een land dat het hunne niet is tegen een vijand die voor hun een absoluut marginale bedreiging vormt? De Verenigde Staten kennen een traditie van dwarsboming van democratische evoluties over de hele wereld. Toch houdt de mythe hardnekkig stand.

Terrorisme zal nooit uitgeroeid worden met bommen en wapens en nog meer bommen. Terroristische organisaties zijn geen gestroomlijnde, hiërarchische structuren die met enkele precisiebombardementen uitgeschakeld kunnen worden.

Terrorisme is wel een idee, een wapen. Het is een wapen dat meestal – maar zeker niet uitsluitend – gebruikt wordt door mensen met weinig andere middelen ter beschikking. Mensen met legitieme bezorgdheden. Mensen zonder vooruitzichten in een land dat decennialang als inzet gebruikt werd, en nog steeds wordt, in een geostrategisch spel om economische belangen veilig te stellen.

Everybody’s worried about stopping terrorism. Well, there’s a really easy way: stop participating in it.” Dit zijn de woorden van Noam Chomsky. Een oplossing voor terrorisme moet niet al te ver gezocht worden. Als de Verenigde Staten stoppen met zelf deel te nemen aan terrorisme, zal het islamitisch terrorisme in de wereld al aanzienlijk afnemen. Chomsky voorspelde al in 2002 dat een aanval op Irak een nieuwe golf van terroristen zou genereren. Staatsterrorisme in Irak, Afghanistan, Pakistan, Jemen, Tsjetsjenië, de Palestijnse bezette gebieden, Centraal-Amerika of waar dan ook, zal altijd enkel maar meer terrorisme genereren.

“Why do they hate us?

Het was president Eisenhower die in 1958 aan zijn staf de vraag stelde: Why do they hate us? Hij refereerde daarmee aan de bevolking van het Midden-Oosten. Zijn staf voerde een kort onderzoek uit en kwam tot de conclusie dat de bevolkingen van Noord-Afrika tot Zuid-Azië geen fan zijn van de VS omdat die “systematisch dictaturen in de regio steunen, democratisch verkozen leiders omverwerpen en economische en politieke vooruitgang blokkeren om de eigen Amerikaanse belangen in de regio veilig te stellen.”

Herman Van Rompuy sprak in de Zevende Dag van een strijd van de “beschaving tegen de barbarij”. Dit zijn typische clichés, zoals die altijd – in de vorm van één of andere variant – gebruikt worden door oorlogszuchtige leiders: van Hitler en Stalin tot George Bush en Tony Blair. In werkelijkheid gaat het nooit om een oorlog vóór de beschaving, maar wel een oorlog om economische belangen veilig te stellen. Markten voor Westerse multinationals moeten worden verzekerd. Controle over grondstoffen (van Latijns-Amerika over Afrika en het Midden-Oosten tot Indochina) moeten worden gegarandeerd. De oorlogsindustrie moet draaiende worden gehouden. De miljoenen doden die hierbij vallen, onschuldige mannen, vrouwen, kinderen, bejaarden, zijn ‘collateral damage‘ in het grote plan dat onze Westerse leiders voor ons hebben uitgedacht.

Als de invasie van Irak – een daad van agressie waarvoor de Nazi’s tijdens het Nuremberg-proces werden opgeknoopt – in 2003 nooit had plaatsgevonden, dan was er nu geen sprake geweest van de Islamitische Staat in Irak en Syrië, kortweg ISIS (of ISIL of IS). De ironie is groot dat uitgerekend de Verenigde Staten en Groot-Brittannië, met de steun van de meest fundamentalistisch-islamitische staat ter wereld, Saoedi-Arabië, de strijd tegen deze terreurgroep gaan aanvoeren.

facebooktwittergoogle_pluslinkedinmailby feather

Irak en het collectief geheugenverlies

facebooktwittergoogle_pluslinkedinmailby feather

De Verenigde Staten hebben vredesduif John Kerry weer naar het het Midden-Oosten uitgestuurd. Deze keer ging hij op bezoek in Irak, waar hij “hoopt de Koerden ertoe te bewegen om mee een nieuwe regering van nationale eenheid in Irak op de been te brengen.”

Tegenwoordig is het al ISIS wat de klok slaat. De soennitische extremisten van de Islamic State in Iraq and Syria zijn de nieuwe vijand in de regio. Het wordt tijd dat alle ‘gematigde groepen’ de handen in elkaar slaan om deze ‘bedreiging voor de wereldvrede’ te verslaan.

Regering van nationale eenheid

Het is hier dat de Verenigde Staten bijspringen. Minister van Buitenlandse Zaken John Kerry bracht een verrassingsbezoek aan Bagdad. Hij pleitte er voor een eenheidsregering met sjiieten, soennieten en koerden, de drie belangrijkste bevolkingsgroepen in het land.

Minister van Buitenlandse Zaken John Kerry

Minister van Buitenlandse Zaken John Kerry

Internationale politiek gaat over geloofwaardigheid. Hebben de VS nog enige geloofwaardigheid? Is Amerika wel de geschikte partij om in de regio vrede te bewerkstelligen? Hoe hebben de Verenigde Staten zich de afgelopen decennia ten opzichte van Irak opgesteld?

Trouwe bondgenoot

Laten we beginnen met het belangrijkste feit dat we liever uit het collectieve bewustzijn bannen. Saddam Hoessein, de baarlijke duivel van de Bush-dynastie, is een groot deel van zijn bewind een trouwe bondgenoot geweest van de VS. In de jaren tachtig, tijdens het presidentschap van Ronald Reagan, was het de ideale partner om ten strijde te trekken tegen het Iran van de ayatollahs. In een oorlog die acht jaar aansleepte, maakte Irak duchtig gebruik van gifgas. Dit werd door de internationale gemeenschap (een diplomatiek synoniem voor ‘de VS en iedereen die het ermee eens is’) door de vingers gezien. Saddam was immers een dictator, maar de Islamitische republiek ernaast was nog minder geliefd.

De ergste misdaad

Nog niet zo lang geleden spraken politici en diplomaten over de hele wereld zich vol afschuw uit over de vermeende gifgasaanval van Syrisch president Bashar al-Assad tijdens de burgeroorlog die in zijn land woedt. De regering had zich schuldig gemaakt aan de ergste misdaad, een aanval op de eigen bevolking. En dan nog wel met chemische wapens. Dit is inderdaad een weerzinwekkende misdaad, die niet goed te keuren valt.

Maar laten we even terugkeren in de tijd, naar 1988. De oorlog tussen Iran en Irak liep op z’n einde, met vele honderdduizenden doden als resultaat. Saddam Hoessein, zelf een soenniet, zag zijn kans schoon om een aanval uit te voeren op de koerden in de stad Halabja in het noorden van Irak. Trieste balans: ruim vijfduizend doden. Saddam pleegde de ergste misdaad, een gewelddadige aanval op de eigen burgerbevolking, mét westerse steun, een cruciaal element dat steeds vergeten wordt.

Halabja 1988, ruim 5000 koerden komen om bij een chemische aanval

Halabja 1988, ruim 5000 koerden komen om bij een chemische aanval

Desert Storm

In de zomer van 1990 ging Saddam een stap te ver. Hij viel Koeweit binnen om de macht in de olierijke grensregio te verwerven. Dit was niet naar de zin van de Amerikanen, die, in een poging om de bevolking het Vietnam-fiasco te doen vergeten, reageerden met operatie Desert Storm. De bedoeling was een blitzkrieg met een overweldigende overwinning voor de Amerikanen.

Irak werd voor een eerste keer vernietigd. De Amerikanen maakten gebruik van verarmd uranium, met als gevolg dat er jaren later nog kinderen geboren worden met kanker of andere lichamelijke aandoeningen als gevolg van de nucleaire besmetting.

Had Saddam een verkeerde inschatting gemaakt? Had hij niet goed begrepen hoe ver hij precies mocht gaan? Het vergassen van zijn eigen bevolking was enkele jaren daarvoor geen probleem geweest… Een inval in Koeweit plots wel. De spelregels van Washington waren op z’n minst arbitrair.

Irak werd gestraft. De sancties van de Verenigde Naties – eigenlijk van de VS en Groot-Brittannië – zouden een al verwoest land nog dieper in de afgrond drijven. Veel geneesmiddelen en andere broodnodige producten mochten niet meer worden ingevoerd waardoor naar schatting een half miljoen (500.000!) Iraakse kinderen stierven, die anders gewoon waren blijven leven. In een interview verkondigde toenmalig Minister van Buitenlandse Zaken Madeleine Albright dat dit “een prijs was die ze bereid waren te betalen.”

Al Qaeda en MVW’s

Toen kwam 11 september en de inval door de Amerikanen in Afghanistan. De Al Qaeda-gekte maakte van Irak een ideaal doelwit. Eerst werd Saddam Hoessein gelinkt aan Osama Bin Laden, terwijl iedereen die de regio een beetje kent, weet dat die twee niets met elkaar te maken wilden hebben, want de één seculier, de ander fundamentalist. Daarna loog Colin Powell voor de Verenigde Naties over de massavernietigingswapens die Irak zou bezitten. Het hek was van de dam en de Angelsaksische coalitie trok ten aanval.

De oorlog zou bijna tien jaar duren, een miljoen mensen lieten het leven, waaronder ontelbare burgers. Massavernietigingswapens werden nooit gevonden. Saddam werd aangetroffen in een put in de grond en terechtgesteld in een Playmobil-proces.

Geweld heerst

Je kan over Irak veel vertellen, maar één ding is zeker. Vóór 1991 was het een betere plek om te leven. Na een decennium van afschuwelijke sancties, gevolgd door een decennium van oorlog, is het een land in ruïnes. Verschillende groepen staan te springen om het machtsvacuüm op te vullen, zeker na de Amerikaans-Britse terugtrekking in 2011. Geweld verscheurt nog steeds dit land, ooit de bakermat van Arabische cultuur en ontwikkeling aan de Tigris en de Eufraat, en in juni 2014 vielen al meer dan duizend doden.

President Obama zei onlangs nog dat het “aan de Irakezen is om hun problemen op te lossen”. Allemaal leuk en aardig, maar het zijn de Amerikanen en hun bondgenoten die het land naar de verdoemenis hebben geholpen. Saddam Hoessein was een vreselijke dictator, maar een bedreiging voor de wereldvrede is hij nooit geweest. De claim dat Amerika en Groot-Brittannië een nobele daad hebben verricht door deze dictator te verdrijven getuigt van een onwaarschijnlijke leugenachtigheid.

Dat minster Kerry er nu op uit trekt om een oplossing te forceren is absurd. Hoe kan een afgevaardigde van een land met dit palmares in Irak gaan pleiten voor “nationale eenheid”, “samen sterk” en “vrede in de regio”?

In internationale politiek draait alles om geloofwaardigheid. Of om collectief geheugenverlies.

 

facebooktwittergoogle_pluslinkedinmailby feather