OPCW-klokkenluiders gaan de vergeetput in

Klokkenluiders werpen een nieuw licht op de werking van de VN-waakhond voor chemische wapens en op de berichtgeving over Syrië.
Foto OPCW Flickr

Klokkenluiders werpen een nieuw licht op de werking van de VN-waakhond voor chemische wapens en op de berichtgeving over Syrië.

De ene klokkenluider is de andere niet. Werk je bij de CIA en luid je de klok over wantoestanden in het Witte Huis, dan krijg je in de mainstream pers de rode loper uitgerold omdat het verhaal binnen het straatje van de CIA en andere inlichtingendiensten past. Werk je bij de OPCW, de VN-Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens, en luid je de klok over praktijken aldaar die een heel nieuw licht schijnen op de berichtgeving over Syrië, dan wacht je vooral radiostilte.

Even terug in de tijd

Op 7 april 2018 lazen we dat in het Syrische Douma een aanval was uitgevoerd met chemische wapens. De beelden van slachtoffers gingen de wereld rond en de Syrische president Bashar al-Assad werd al snel als schuldige aangewezen. De Verenigde Staten vuurden samen met Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk een reeks raketten af op Syrisch grondgebied als vergelding.

Sommigen stelden zich vragen:

  • Is er hier wel sprake van een aanval met chemische wapens?
  • Indien dat het geval is, wie is dan verantwoordelijk?
  • Als Bashar al-Assad verantwoordelijk is, wat zou dan zijn motief kunnen zijn?

Wie deze vragen durfde stellen, belandde al snel in het kamp van de “negationisten.” Het was volgens zij die het konden weten immers zo klaar als een klontje dat Assad opnieuw verantwoordelijk was voor deze gruwelijke aanval. Iedereen die dat in twijfel trok, werd afgeschilderd als “Assad-apologeet.”

Nochtans waren dit redelijke vragen, waar een kritische journalist sluitende antwoorden voor zou zoeken. Robert Fisk, journalist voor The Independent, ging ter plaatse in Douma. Zijn ervaringen plaatsen op zijn minst enkele vraagtekens bij het officiële verhaal. Een dokter vertelde hem geen weet te hebben van een gasaanval. Slachtoffers vertoonden wel symptomen van hypoxie (zuurstofgebrek) als gevolg van conventionele bombardementen. Dat wil niet zeggen dat conventionele bombardementen onschuldig zijn, maar wel dat het voorwendsel voor de militaire represailles bijzonder wankel was.

Over de twee andere vragen hebben we nog geen uitsluitsel. Is Assad simpelweg iemand die graag zijn eigen burgers vergast? Zomaar. Voor zijn plezier. Er was immers voor hem geen enkele redenen om chemische wapens in te zetten, op een moment dat hij de burgeroorlog zo goed als gewonnen had. Hij riskeerde er alleen maar mee dat de Verenigde Staten (en diens bondgenoten) vergeldingsacties zouden uitvoeren op het Syrische leger. Wat ook gebeurde.

Zijn tegenstanders, de zogenaamde rebellen, hadden daarentegen wél een motief om dit soort aanval in scène te zetten. De Verenigde Staten hadden – zelfs toen Barack Obama nog president was – al meermaals aangegeven dat de inzet van chemische wapens in Syrië een “rode lijn” zou overschrijden. Hoewel de militaire represailles nog enigszins beperkt bleven – allicht om de totale clash met Rusland te vermijden – heeft de al dan niet in scène gezette aanval wel resultaat opgeleverd door de Westerse landen in de strijd te betrekken.

De vergeldingsbombardementen van de VS-VK-Frankrijk-alliantie waren 100 procent in strijd met het internationaal recht.

Hiermee leek de kous af. De officiële consensus van de gebeurtenissen in Douma was dat president Assad hiervoor de schuldige was. De westerse machten rolden even de spierballen, zogezegd om Assad af te schrikken in de toekomst nog dergelijke misdaden te begaan.

En toen kwam een eerste klokkenluider opduiken.

1ste klokkenluider

Ingenieur Ian Henderson werkte al twintig jaar bij de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens en maakte deel uit van de Fact Finding Mission (FFM), het veldonderzoeksteam dat naar Douma werd gestuurd. Henderson ondertekende een gelekt OPCW-document waarin we lezen dat “de afmetingen, eigenschappen en het uitzicht van de cilinders [de zogenaamde chemische wapens, GP] en van de omgeving niet in overeenstemming zijn met wat zou worden verwacht indien de cilinder vanuit de lucht werd gedropt.” Het rapport voegt eraan toe dat de kans groter is dat de cilinders manueel op de plek des onheils werden geplaatst.

Dit is een belangwekkende bewering. Aangezien Douma ten tijde van de zogenaamde gifgasaanval gecontroleerd werd door de anti-regeringsrebellen, lijkt de kans groter dat rebellen de cilinders hebben geplaatst, al wordt de schuld niet expliciet toegewezen.

Deze bevindingen werden niet opgenomen in het officiële OPCW-interimrapport van juli 2018 over de gebeurtenissen in Douma.

2de klokkenluider

‘Alex’ (of Inspector B) was ook lid van de OPCW-FFM en gaf aan anoniem te willen blijven. Dit hoeft niet te verbazen. John Bolton, één van de meest oorlogszuchtige neoconservatieven van de Bush-generatie en in 2018 veiligheidsadviseur voor president Trump, bedreigde in 2002 de Braziliaanse diplomaat en toenmalig OPCW-baas José Bustani in niet mis te verstane woorden: “Wij weten waar je kinderen wonen. Je hebt twee zonen in New York.” Je zou voor minder voor je eigen veiligheid vrezen.

Deze tweede klokkenluider plaatste vraagtekens bij het gebruik van chloorgas bij de zogenaamde ‘gifgasaanval’ in Douma. Volgens hem toonde onderzoek ter plaats niet aan dat een zenuwgas werd gebruikt. Er werden geen zogenaamde ‘organophosphorus nerve agents’ (zenuwgas) gevonden, maar wel ‘chlorinated organic chemicals’. Dit werd door velen aangegrepen als bewijs dat de regering-Assad wel degelijk chemische wapens had gebruikt in Douma.

‘Alex’ legt uit dat de concentratie van ‘chlorinated organic chemicals’ op de plaats-delict niet hoger was dan in eender welk huishouden. Dat zou er op wijzen dat geen chloorgas werd gebruikt. Deze bevindingen over de concentratieniveaus werden niet opgenomen in het OPCW-interimrapport.

Geloofwaardigheid

Zowel ‘Alex’ als Henderson geven aan alle interne wegen geprobeerd te hebben vooraleer publiek te gaan met hun onthullingen. Ze verzochten zelfs om een onderzoek door het Office of Internal Oversight binnen de OPCW maar kregen daar geen gehoor.

Veteraan-journalist Jonathan Steele schrijft over Ian Henderson en over klokkenluider ‘Alex’: “Beide lijken volledig apolitieke wetenschappers met een jarenlange staat van dienst bij de OPCW. Ze zouden niet naar Douma zijn gestuurd als ze sterk politiek gekleurd waren.”

Ondanks de lange en onberispelijke staat van dienst van Ian Henderson, gingen verschillende mechanismen in werking om hem als ongeloofwaardig af te schilderen. De directeur-generaal van de OPCW, Fernando Arias, zei dat Henderson geen deel uitmaakte van de Fact Finding Mission naar Syrië. Officiële documenten tonen dat dat een leugen is. Arias zei later dat beide inspecteurs, Henderson en ‘Alex’, slechts een kleine rol speelden in de FFM. Ook dat bleek een leugen, zo blijkt uit officiële OPCW-documenten gepubliceerd door Wikileaks. Henderson was integendeel FFM-teamleider, net omwille van zijn expertise en onberispelijke staat van dienst.

Hendersons beantwoordt de pogingen om hem in diskrediet te brengen in een brief aan OPCW-DG Fernando Arias: “Wij [Henderson en ‘Alex’] zijn toegewijde OPCW-supporters met een lange staat van dienst. We hebben allebei een hele reeks documenten, zoals professionele evaluaties, emails, aanbevelingsbrieven, enzovoort, die een onberispelijke staat van dienst illustreren op vlak van competenties, skills, expertise, leadership, integriteit en professionalisme doorheen onze loopbaan bij de OPCW. Doet dit geen twijfel rijzen over de pogingen door sommigen om onze reputaties te bekladden?”

Henderson stelt de vraag: “Waarom zouden twee Inspection Team Leaders met deze staat van dienst plotseling van het rechte pad afwijken?” Het is een pertinente vraag, waarop geen plausibel antwoord mogelijk is.

Aarzelen

In de Vlaamse media was alles wat de OPCW aangaat sinds 2013, toen de organisatie de Nobelprijs voor de Vrede won, groot nieuws. De organisatie, opgericht in 1997, kent een sterke reputatie. Het is dus normaal dat op de VRT-website de OPCW veel aandacht krijgt. Doorgaans laten de koppen boven de artikels en de inleidende teksten weinig aan de verbeelding over.

In het voorjaar van 2019, toen er voor het eerst sprake was van klokkenluiders binnen de OPCW, was er op de VRT-website plots amper nog een spoor te bekennen van de gerespecteerde VN-waakhond voor chemische wapens. Nochtans zouden we als lezer/kijker/luisteraar mogen verwachten dat het soort zwaarwichtige verhalen als die van Ian Henderson en Alex, best wel wat aandacht verdienen.

Op 23 mei 2018 publiceerde journalist Robert Fisk in The Independent een artikel over mogelijke wantoestanden binnen de OPCW. Het duurde nog een week, en een herinnering op Twitter aan het adres van Rudi Vranckx vooraleer er melding over werd gemaakt op de VRT-website. Vranckx tweette op 26 mei: “We zijn er mee bezig! Moeilijk dossier, dus we contacteren verschillende bronnen. Dat vraagt jammer genoeg even tijd. Volgende week een update!”

Op 30 mei verscheen er dan eindelijk een artikel met de veelzeggende titel: “Complottheorie of internationaal schandaal? Nieuw document veroorzaakt controverse over gasaanval in Douma.” Dit was een ijzersterk stukje framing.

1. Het woord ‘complottheorie’ wordt al gedropt in de titel, opdat dat zaadje zeker al geplant is in de hoofden van de lezers.

2. ‘Controverse’: het is maar hoe je het bekijkt. Er bestaat een zeer uitgebreide documentatie, met geloofwaardige bronnen, dus het is niet noodzakelijk controversieel.

3. ‘Gasaanval’: hier wordt zelfs niet meer gesproken over ‘vermeende gasaanval’ of ‘vermoedelijke gasaanval’.

Als bron verwijst Rudi Vranckx, zoals gewoonlijk, naar Bellingcat, een zogezegd consortium van onderzoeksjournalisten.

Over Bellingcat moet de lezer weten dat de groep werd opgericht in 2014 en voor een groot stuk gefinancierd wordt door de National Endowment for Democracy. De NED is een vehikel dat in het begin van de jaren ’80, tijdens de Reagan-administratie, werd opgericht om op publieke wijze te bereiken wat de CIA al decennia op clandestiene wijze probeert te doen. De NED is gefinancierd door het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken. De Amerikanen voeren al sinds 2011 een clandestiene oorlog in Syrië door verschillende rebellengroepen te bewapenen. Sommige van die groepen zijn zelfs gelieerd met of niet te onderscheiden van Al-Qaeda. De VS is dus geen onafhankelijke buitenstaander in de Syrische burgeroorlog.

Bellingcat bleef bijvoorbeeld bij hoog en bij laag beweren dat Ian Henderson geen deel uitmaakte van de FFM, terwijl officiële documenten op het tegendeel wijzen. Dat heet desinformatie.

Bellingcat-oprichter Eliot Higgins kreeg in 2019 een slijmerig portret in de New York Times, waarin we konden lezen – en dit is geen grap, want zoiets verzin je niet – dat Higgins zijn “competenties niet toeschrijft aan enige kennis van internationale conflicten of digitale data, maar aan de uren die hij heeft gespendeerd aan videospelletjes, hetgeen hem overtuigd heeft dat elk mysterie opgelost kan worden.”

uit de NY Times

Dit waren de bronnen die Rudi Vranckx zo nodig moest contacteren alvorens een artikel te publiceren op de VRT-website. Dat het artikel de klokkenluiders afdoet als niemendallen, hoeft niet te verwonderen.

Dat was in het voorjaar van 2019. Fast forward naar 2020.

Doodzwijgen

Over de OPCW-lezen we op de VRT-website en op de andere kanalen van de Vlaamse commerciële media zo goed als niets substantieels meer. Nochtans duiken er steeds meer documenten op die de beweringen van de OPCW-klokkenluiders bevestigen.

Ik probeer via Twitter om een reactie los te peuteren, tevergeefs.

Jens Franssen, Midden-Oosten-expert van de VRT-nieuwsdienst, beschouwt kritische stemmen liever als “non-believers.” Op die manier probeert hij deze mensen weg te zetten als complottheoretici of flat-earthers. In een andere tweet, over een OPCW-rapport over gebeurtenissen in het haar 2017, beweert hij dat “Russische/Syrische accounts nu weer zullen proberen twijfel te zaaien.”

Dan, op 2 juni 2020, probeer ik een keer per mail. Ik schrijf Rudi Vranckx en Jens Franssen aan over de OPCW-klokkenluiders. Ik stuur enkele links mee met informatie en vraag of het geen tijd is om hierover te berichten op de openbare omroep, aangezien er (op dat moment) al “meer dan een jaar van de OPCW geen sprake meer was op de VRT-website.”

Een reactie blijft uit. Op 6 juni stuur ik een herinnering naar Franssen en Vranckx, en ik plaats VRT-ombudsman Tim Pauwels in CC, met de eenvoudige vraag: “Is het niet hoog tijd te berichten over de klokkenluiders bij de OPCW? Vooral in het licht van de zwaarwichtigheid van de beschuldigingen, de zware geopolitieke en militaire gevolgen na het incident in Douma en het feit dat tot een dik jaar geleden alles wat ook maar zijdelings met de OPCW te maken had, steeds aandacht kreeg van de VRT.”

Op 12 juni kreeg ik uiteindelijk reactie van Jens Franssen: “De OPCW heeft intussen zelf afstand genomen van de twee betrokken medewerkers. Eén ervan (Whelan) [‘Alex’, GP] werkte zelfs niet meer bij het OPCW toen het rapport werd gepubliceerd. De conclusie van hun werkgever is duidelijk.”

Hierna citeert hij een brief van Fernando Arias van begin februari 2020, de OPCW-DG:

“Inspectors A and B are not whistle-blowers. They are individuals who could not accept that their views were not backed by evidence. When their views could not gain traction, they took matters into their own hands and breached their obligations to the Organisation. Their behaviour is even more egregious as they had manifestly incomplete information about the Douma investigation. Therefore, as could be expected, their conclusions are erroneous, uninformed, and wrong.”

Hij sluit de mail af met de melding dat een contactpersoon binnen de OPCW, die volgens Franssen ook deel uitmaakte van de FFM, hem bevestigde dat “de lekken zeer gericht zijn met als doel het werk van het OPCW te beschadigen.”

In dat geval rijst opnieuw de vraag waarom twee zeer gerespecteerde, apolitieke inspecteurs met een decennialange staat van dienst, plots – zonder aantoonbare reden – op het verkeerde pad terechtkomen (‘going rogue’) enkel en alleen met als doel hun eigen organisatie te beschadigen.

Verder verwijst Franssen door “naar de uitvoerige rapporten van het OPCW.”

In het kort komt het hierop neer: zeer geloofwaardige klokkenluiders uiten publiekelijk bezorgdheid over de gang van zaken in de schoot van de OPCW, nadat ze zelf alle interne wegen hebben geprobeerd, en een VRT-journalist klasseert dit verticaal door te zeggen dat de “OPCW afstand neemt van de inspecteurs” en citeert de corrupte OPCW-directeur-generaal Fernando Arias, die aantoonbaar gelogen heeft, om zijn verhaal kracht bij te zetten.

Dit is een logische fout om u tegen te zeggen.

Op mijn vraag van 12 juni 2020 of zijn reactie serieus was bedoeld of een grap was, kreeg ik geen antwoord.

Belang

Het belang van dit verhaal kan onmogelijk onderschat worden, omwille van de inhoud, maar ook – en misschien nog belangrijker – omwille van de manier waarop ermee wordt omgegaan in de mainstream media.

De OPCW, een Nobelprijswinnaar, is een zeer gerespecteerde organisatie binnen de Verenigde Naties. Wanneer we niet meer kunnen rekenen op de integriteit van hun leiding, zet dat al hun voorgaande én toekomstige bevindingen op de helling.

Dit wil niet zeggen dat de klokkenluiders zonder kritische zin geloofd moeten worden. Op z’n minst is het nodig om er aandacht aan te schenken en het verhaal verder te onderzoeken. De klokkenluiders zijn zeer geloofwaardig, bezitten de nodige credentials, en hebben niet meteen een motief om hierover te liegen en daarmee hun eigen organisatie in de vernieling te rijden.

Dit gaat over de grote vraagstukken van onze tijd, oorlog en vrede, en over de betrouwbaarheid van internationale instellingen, die mogelijks gecompromitteerd zijn. De gebeurtenissen in Douma van 2018 waren de directe aanleiding voor Westerse bombardementen op Syrië enkele dagen later, zonder een onafhankelijk onderzoek af te wachten. Dit zijn oorlogsmisdaden, en de OPCW wordt gebruikt als retroactief schaamlapje.

De belangrijkste journalisten van de openbare omroep zijn hoegenaamd niet geïnteresseerd om dit op te volgen, getuige daarvan zijn de koele reacties op mails of het totale gebrek aan respons. Als er dan op een bepaald moment wél aandacht aan wordt besteed, dan worden de klokkenluiders in niet mis te verstane bewoordingen bijna weggezet als ‘nuttige idioten’ voor ‘de Russen’ of het ‘regime-Assad’.

Opmerkelijk is ook de mate waarin journalisten beroep doen op de onderzoeksgroep Bellingcat. De financiering van deze groep door het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken, zou de allergrootste scepsis moeten opwekken.

De oorlog in Syrië is ook een propagandaoorlog, meer dan ooit tevoren. Het feit dat er ooit chemische wapens zijn gebruikt, hetgeen best mogelijk is, wil nog niet zeggen dat dat in 2018 in Douma het geval was. Bovendien zet de op z’n minst merkwaardige gang van zaken bij de VN-waakhond de geloofwaardigheid van doorgaans betrouwbare instellingen op losse schroeven.

Blijkbaar is de OPCW enkel nieuwswaardig wanneer die organisatie de officiële consensus van de burgeroorlog in Syrië bevestigt: het klassieke ‘good guys’ versus ‘bad guys’ verhaal. Dat is eenvoudig en makkelijk verteerbaar, maar de lezer/kijker/luisteraar verdient beter.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*